Vorige levens van Mark, uit de praktijk
reïncarnatietherapie van Marianne Notschaele
Uitbarsting in Pisa © Uitgeverij RHA Reïncarnatietherapie

UITBARSTING IN PISA
Eén keer in de zoveel maanden ga ik met een vriend van
me, Mark*(40), uit eten. Bijkletsen tijdens een lekker diner over allerhande
spirituele onderwerpen. We halen dan graag ‘oude koeien’ uit de sloot, door
regelmatig te verwijzen naar vorige levens waar we al vanaf weten dankzij
spontane herinneringen of gedane regressies. Onze gezamenlijke favoriete
gespreksonderwerpen: vorige levens in Egypte, bij de Inca’s, Maya’s en wat daar
nog meer op lijkt. Na vijf maanden elkaar niet gezien te hebben moeten we nodig
bijpraten.
In privétijd zet ik mijn
zogenaamde therapeutenpet af. Toch kan ik niet altijd voorkomen dat ik zomaar
‘iets’ opvang bij een ander. Dat gaat vanzelf. Beelden, plaatjes, indrukken,
emoties. Vooral wanneer het om informatie uit voorgaande levens gaat. Het is
een automatisme geworden om ‘anders te luisteren’ naar wat iemand vertelt en
als vanzelf ‘hoor’ ik direct mogelijke verwijzingen naar vorige levens. Zo ook
deze avond tijdens ons diner.
Mark was in mei met zijn gezin naar Italië op vakantie geweest. Ze hadden
het geweldig naar hun zin gehad. Goede reis achter de rug, met zo’n TomTom is het tegenwoordig
reuze gemakkelijk om de weg vinden, prachtig weer, heerlijk eten, interessante
gebouwen gezien. Enthousiast vertelde hij hoe het was geweest. Maar in zijn
verhaal kwamen telkens dezelfde elementen terug. Opvallend vaak kwam hij in
Italië langs gevangenissen of
gebouwen die daarop leken en bevond hij zich in diverse situaties die met een opgesloten gevoel te maken hadden.
In Pisa had Mark een emotionele uitbarsting gehad, die eigenlijk helemaal niet bij hem paste.
Ik zag ‘m bij wijze van spreken al staan als gevangene
met een ijzeren bol aan zijn voet of vluchtend voor lavastromen na de
uitbarsting van de Vesuvisus in Pompeï,
lang geleden. Toen we daarover grappen maakten, werden we toch allebei
nieuwsgierig. Die ‘oude koeien’ hè, vorige levens die we zo leuk vinden…
Omdat Mark al eens voor mijn boek 'Waarom Esther geen Robinson werd' een aantal mooie vorige levenservaringen
optekende, vroeg ik hem of hij -als hij dit ging uitwerken-
een verhaal wilde maken voor mijn website. Ik wist zeker dat die gevangenissen
en die merkwaardig uitbarsting met vorige levens te maken hadden. Oude
ervaringen die ‘getriggerd’ waren tijdens zijn
vakantie, door het Italiaanse landschap, de sfeer, de omgeving.
Hij beloofde er thuis voor te gaan zitten en op te
schrijven wat hem zo allemaal inviel.
(Probeer het eens zelf. Ga zitten met pen en papier of
achter de pc en schrijf of type wat spontaan in je opkomt wanneer je aan vorige
levens denkt in combinatie met je vraag/probleem. Laat jezelf eens verrassen.
Niet meteen denken: onzin, verzonnen, flauwekul… maar
schrijf of type eens door…. Dit kan verrassende informatie opleveren. Je hebt
niet voor alles een therapeut nodig. Soms kun je ook zelf aan de slag met
vorige levensinformatie. Helemaal wanneer je paranormaal gevoelig bent of je
intuïtie hebt leren gebruiken)
***
Dit is wat
Mark noteerde:
(De cursieve
woorden hieronder in de tekst passen in een vorig leven in Pompeï,
de onderstreepte woorden horen bij een vorig leven in een Italiaanse
gevangenis.)
“Begin mei
was ik op vakantie in Italië. We verbleven in een bungalowpark in typisch Toscaanse stijl, aan de rand van een vallei met uitzicht
over velden die juist in bloei stonden met allerlei struiken en bomen die in
het frisse blad stonden. Aan het einde van de vallei zag je de zee. De lucht was strak blauw, het was
aangenaam warm en vooral stil.
6 mei 2008
We zijn naar
San Gimignano geweest. Een prachtige oude stad in
Toscane. Na een goede maaltijd met uitzicht over Toscane rijden we terug naar
ons huisje. In het donkerste donker
de slingerweggetjes over in de bergen. Ineens
doemt er een groot verlicht gebouw op ‘in the middle
of no where’. Een gevangenis,
constateer ik. Ik heb die vakantie drie gevangenissen gezien.

8 mei 2008
We gaan naar
Pisa. Een stad die nu landinwaarts ligt, echter
vroeger een havenstad was. De TomTom wijst ons
keurig de weg. De eerste stop zou zijn bij een paleisachtig gebouw (Palazzo dei Cavalieri)
waar allerlei beelden van de Medici’s staan (Cosimo I de Medici, groothertog van Toscane).
We rijden Pisa in. Ziet er nog aantrekkelijk uit.
Rijden onder een oude poort door en zien nog stukken oude ‘stadsmuur’.
Naarmate we verder langs het water rijden, wordt het
drukker. Scooters vliegen [lava, stukken steen en brokken puin] links en rechts om je heen. Auto’s staan dubbel geparkeerd en van
rijbanen is nauwelijks sprake. Alle verkeer beweegt
zich in één stroom [de lavastroom]
dezelfde kant op.

“Na 50 meter
links”, hoor ik de stem op de TomTom zeggen. Alleen
na 50 meter is er geen links. Er lopen veel mensen op straat en er staan
paaltjes in de weg. Linksaf slaan is onmogelijk. Langzamer rijden heeft veel
getoeter tot gevolg [je kunt alleen maar
meegaan in de stroom vluchtende mensen]. Ik krijg het meer en meer op mijn
heupen tot het moment dat ik werkelijk figuurlijk gesproken ontplof [vulkaan uitbarsting]. Ik verlies alle
redelijkheid en in mijn beleving is Pisa een ongelooflijke k…stad! Nadat ik bijna
een scooterrijder onder de auto kreeg was voor mij de maat vol. Snel de brug
over en snel wegwezen hier [vluchten voor
de lava en de verstikkende aswolken]. Geen beeld
van de Medici gezien.
Dan maar
even naar de toren van Pisa. We parkeren voor een uur
en hebben daar ruimschoots aan genoeg gehad, wat een tegenvaller. Snel weg uit Pisa,
op naar Lucca.

9 mei 2008
Ik spreek
een andere Nederlander bij de receptie van het bungalowpark. Hij vertelt dat
hij de dag ervoor met zijn vrouw op Elba is geweest
en dat de auto het helemaal niet meer deed. Hebben ze een dag op het eiland
opgesloten gezeten en moesten ze noodgedwongen een nachtje blijven.
10 mei 2008
Vandaag gaan
we terug naar Nederland. Nog even een lekkere espresso in het restaurant in het
park en dan vertrekken we. Ga nog even naar het toilet en dan, dan zit ik
opgesloten. De stalen deur gaat met geen mogelijkheid open. Ik kan er
niet meer uit.
De vader van
de eigenaar wordt erbij gehaald en die maant me kalm te blijven. Begint te
wrikken, maar krijgt de deur niet open. Via het raampje in het toilet lukt ‘t ook niet, het raam zit te hoog en is erg klein. Het
begint al aardig warm te worden en ik wil er nu toch wel uit. Kan
er ook wel om lachen en blijf rustig, maar kom toch op het moment dat ik de
deur ‘open wil rammen’. De eigenaar van het park komt erbij en roept lollig ‘je wilt zeker hier nog even blijven’. Gelukkig krijg
ik een tip om met de klink te bewegen als ik de sleutel omdraai en ik kan
eruit. De vader van de eigenaar valt me in de armen en begint op mijn schouders
te kloppen. Maakt zijn excuses en is erg blij dat ik er eindelijk uit ben. Na
een laatste opgeluchte omhelzing kunnen we eindelijk gaan. Onderweg zie ik mijn
derde gevangenis voor die vakantie.

Ondertussen
werd ook mijn angst voor opgesloten raken opnieuw in mijn herinnering gebracht.
In mijn werk vroeger deed ik wel eens inspecties van stoomketels. Je moest dan
in een smalle, stalen ruimte kruipen. Was soms als de dood dat de
deur dichtging en ik er niet meer uitkon. Zo ook als ik me voorstel dat ik
door hele smalle ruimtes moet lopen, zoals een keer
tijdens een vakantie in Egypte, in de schacht van de piramide van Chefren in Caïro.
Sleutelwoorden
die me nu opvallen in deze aaneenschakeling van haast wonderlijke bij elkaar
passende gebeurtenissen zijn: opgesloten
worden, er niet meer uitkunnen. Met een beetje surfen op internet
kwam hierbij: Medici [met bijbehorende gedachte: rijke rotzakken met hun
kastelen], eiland [bijvoorbeeld isola di Gorgona voor de kust van Pisa], handelsrouten, gevangenis en strafkolonie.
Als ik mijn
woorden teruglees, krijg ik sterk het gevoel dat het twee verhalen zijn:
- Een
tijdige vlucht uit Pompeï (uitbarsting van de Vesuvius, 79 na Christus)
- Opgesloten
zitten in een gevangenis – Fabrio, een beetje een
‘scharrelaar’, zwaar gestraft omdat hij wat van één van de Medici’s
had gepikt.
Op tijd weg uit Pompeï (vorig
leven)
De lucht
wordt zwart, wat is er aan de hand? Mensen kijken eerst verbaasd op en al gauw
wordt dit angst. De lava stroomt snel de berg af,
alleen nog sneller komen de grijze alles verstikkende aswolken. Mensen hebben amper tijd om te schreeuwen of om
weg te rennen, zo snel worden ze overspoeld door de grijszwarte wolken. Als een
vracht zand valt het over je heen.
Er ontstaat
paniek, mensen beginnen weg te rennen van deze allesverzengende wolken. Sommige
redden het echt niet, anderen die - net zoals ik al op enige afstand zaten-
konden wegrennen. Ver weg, zonder om te kijken. Gelukkig, ik kon op tijd
oversteken en mezelf in veiligheid brengen. Wat een chaos, je kunt maar één
kant op; met de stroom mensen mee die ook vluchten.
Ik heb
niemand verloren in deze ramp, ik was alleen in de stad en op tijd weer weg.
Anderen waren minder fortuinlijk, zij hebben het niet gered. Gelukkig dat voor
velen van hen de dood snel kwam en ze weinig hebben geleden.
Onterecht opgesloten in Toscane (vorig leven)
Een
bloeiende omgeving met steden met veel bedrijvigheid. Ik slenter wat door de
stad. Meestal ben ik in de havens te vinden. Er is altijd wel ergens wat te
doen.
Meestal kan
ik wel werk vinden en dan red ik het weer een tijdje. Soms liet ik me in met
oneerlijke handel, ik weet dat het niet goed is, maar ja, je moet toch wat. Zo
scharrelde ik mijn kost bij elkaar. Tot die ene dag dat mijn leven zou
veranderen.
Een mooie
vrouw loopt door de haven. Ze hoort hier niet, dat zie je duidelijk aan haar
kleding. Ze kijkt rond alsof ze iemand zoekt. Ze draagt een parapluutje tegen
de zon. Of het echt veel helpt weet ik niet, het is namelijk erg warm. Ze heeft
wel een roomblanke huid, dus het zal wel ergens goed voor zijn. Ikzelf heb
donker haar, ben lang en slank en heb een atletisch gespierd uiterlijk en een
brede charmante glimlach.
Ik spreek de
vrouw aan, of ik haar kan helpen. Ze doet alsof ze me niet hoort en ik vraag
het nog een keer. Geïrriteerd draait ze zich om. En terwijl ze me zegt dat ik
weg moet gaan, valt ze over een plank of zoiets die op de kade ligt. Als ik
haar overeind help, komt juist een man aangerend. Hij is ook chique gekleed, ik
ken hem. Het is een man met veel invloed. Hij denkt dat ik die dame iets wil
doen, wil beroven of wil aanranden. Terwijl ik haar alleen maar overeind help.
Hij laat me
meenemen en opsluiten, wat ik ook zeg, niets helpt. Ik heb pech en word met een
bootje naar het eiland gebracht. Angst bekruipt me, op dat eiland zitten
gevangenen die voorlopig niet loskomen. Ik heb gehoord dat ze in vreselijke
omstandigheden leven. Op elkaar gepakt, in hele kleine
hokjes. Ik wil niet daarheen, ik probeer weg te komen en dat maakt het alleen
maar erger.
Ik zit een
lange tijd vast en als ik vrij kom, voel ik mij een gebroken man. Ik heb niet
meer de kracht om te werken en mijn uiterlijk is er niet beter op geworden.
Vroeger had ik mooie witte tanden, nu zijn er enkele uitgevallen en anderen
zien er vies en smerig uit. Ik mag nog steeds scharrelen om mijn kostje te
verdienen, maar het lijkt meer op bedelen. Ik sterf op redelijk jonge leeftijd
van vermoeidheid. Ik ‘slaap’ in op de kade, ’s nachts alleen, achter een paar
ruw getimmerde kisten waar ik lag te slapen. Ik werd net 50.”
Mark constateerde tenslotte
dat de verkregen inzichten ‘verrassend’ waren. Het zette hem aan tot nadenken
over thema’s in zijn leven nu, die belangrijk voor hem zijn. En ik moest
glimlachen: zo nu en dan kom ik cliënten/vrienden/vriendinnen tegen die in een
van hun voorgaande levens de uitbarsting van de Vesuvius
van nabij meemaakten. Niet iedereen was in de gelegenheid te
vluchten. Zelf was ik destijds zo stom om er niet op tijd vandoor te
gaan, maar in de stad iemand te gaan zoeken. Ik kreeg in dat leven een vallende
marmeren pilaar op me -de aarde schudde en beefde van al dat
gerommel van de Vesuvius- en ik stierf vanwege
de giftige dampen die vrijkwamen bij de uitbarsting van de vulkaan. Net als
vele andere slachtoffers werd ik door as- en puinwolken bedolven. Heel ver-assend…;)
Wel hartstikke(uche uche, van al die aswolken haha) leuk om ‘oude
bekenden’ uit Italië van toen in 2008 weer tegen te komen. Kun je nog eens echt
bijpraten over wat er sindsdien allemaal is veranderd in de wereld…

Wat er nog rest van ’t oude Pompeï met de Vesuvius op de
achtergrond
Met dank aan Mark voor zijn bijdrage.
(*)Mark is synoniem voor Marcel. Zijn website vindt u hier: hier
De foto onderaan is gemaakt door Ria Hak, ook
met dank.
Marianne Notschaele-den Boer
RHA Publishing
Terug naar
beginpagina voor andere verhalen.
Naar
boek 'Waarom Esther geen Robinson
werd' met andere verhalen over vorige levens
©
RHA Publishing, augustus 2008