VERDRIETVERWERKING & TAALGEBRUIK

(1) Alle sluizen open – (2) Incontinent

Uit de praktijk van Marianne Notschaele-den Boer © Uitgeverij RHA Publishing

 

 

 

 

VERDRIETVERWERKING & TAALGEBRUIK

 

(1) Alle sluizen open

In de Libelle van deze week (november 2009) kwam ik een ingezonden artikeltje tegen, zie hieronder:

 

“Drie jaar geleden is mijn vader plotseling gestorven tijdens het uitoefenen van zijn grootste hobby: zeilen. Mijn oudste broer en ik hebben hierna besloten om samen zijn boot te behouden. Het is het laatste tastbare stukje van onze vader. Mijn man had geen zeilervaring, ik een klein beetje. Iedereen verklaarde ons voor gek toen we afgelopen zomer besloten met onze drie kleine kinderen een zeiltocht te gaan maken. Maar na een paar lessen gingen we ervoor.

De eerste dag was heerlijk. Zon en een lekker windje. We gingen door een sluis, waar ik erg tegenop zag. Maar het ging best goed. We overnachtten in een haven en de volgende ochtend na het ontbijt zouden we weer door een sluis moeten. Opeens kwamen bij mij de tranen. Ik was bang! Bang voor de sluizen. En ik realiseerde me dat we er nog veel meer zouden tegenkomen en dat wilde ik absoluut niet. Dus gingen we terug. Toen we later die dag weer door de eerste sluis kwamen en ik de lijn niet vastkreeg aan de kade, waardoor de boot dwars kwam te liggen, wist ik het zeker. Sorry, pa! Hoe leuk zeilen ook is: voor mij geen zeiltochten meer.”

 

 

Bij het lezen vielen me een paar zinnen op: ‘Opeens kwamen bij mij de tranen. Ik was bang! Bang voor de sluizen. En ik realiseerde me dat we er nog veel meer zouden tegenkomen en dat wilde ik absoluut niet.’

Dit kun je op twee manieren lezen. Letterlijk en figuurlijk.

Zou de briefschrijfster doorhebben dat ze onbewust vertelt over haar eigen verdriet? Dat ze bang is dat de waterlanders blijven stromen (opengaande sluizen) als ze nog meer herinneringen ophaalt aan haar overleden vader? Dat ze bang is in haar leven vaker geconfronteerd te worden met verlies van dierbaren (‘Ik realiseerde me dat er nog veel meer zouden komen’).

Briefschrijfster koppelt ‘dat wil ik niet’ aan een tastbare zeilboot en sluizen. Blijkbaar dé manier om nu om te kunnen gaan met verdriet rondom het overlijden van haar vader.

Een ‘overlevingsmechanisme’ (sluizen dichthouden), die ze zal gebruiken totdat ze aan verdrietverwerking toekomt.

 

***

(2) Incontinent

Bovenstaand verhaal deed me tegelijkertijd denken aan een ander voorval. Een paar jaar geleden stierf mijn schoonvader. Voor iedereen in de familie was dit een verdrietige gebeurtenis, maar vooral voor mijn schoonmoeder, die haar geliefde partner verloor.

 

Op een gegeven moment zat ik met mijn schoonmoeder, van achter in de tachtig, te wachten bij de man die de uitvaart regelde. Ze zat apathisch naast me als een klein, zwak vogeltje. Sprak amper.

In de paar weken dat ze het sterven van haar man meemaakte, was ze plotseling incontinent geworden. Zelfs het verschonen van ‘plasluiers’, door haar eigen dochters, liet ze gedwee toe. Ze was lichamelijk aanwezig, maar haar geest was al van plan te vertrekken. Het leven hoefde van haar niet meer. Alle handelingen van de dag liet ze gelaten over zich heenkomen.

 

Terwijl we samen wachtten in het uitvaartgebouw, trok ze plotseling aan mijn mouw en fluisterde me toe: ‘Jij weet heel veel hè?’ Artsen en therapeuten hadden bij haar een streepje voor als het om kennis ging.

‘Dat val wel mee’. Ik kon een glimlach niet onderdrukken, moest denken aan de keer dat ze me recreatie(!)-therapeut noemde in plaats van reïncarnatietherapeut.

‘Denk je, dat er een hemel is? Dat ik hem weer tegenkom?’

Ik was verbaasd. Over zoiets had ze nog nooit gesproken. ‘Ja, ik denk het wel. En omdat jullie zoveel van elkaar hielden, wacht hij vast op je.’

‘Vind je dat nou niet gek, nu hij dood is kan ik helemaal niet meer huilen. Mijn ogen blijven droog. Alles is gestopt.’

Hoewel ik niet zo goed in troosten ben, sloeg ik een arm om haar breekbare, kleine gestalte heen en antwoordde: ‘Da’s helemaal niet gek. Je hebt zoveel verdriet, dat je ogen het niet aan kunnen om tranen te maken. Je huilt wel, alleen komt het er beneden uit. Je plast gewoon tranen.’

‘Goh. Zou dat het zijn?’ Ze klonk enorm opgelucht, om meteen daarna haar stilzwijgend gedrag weer op te pakken.

Zes weken later stierf ze. Haar man achterna…

 

Mooi, om te zien hoe persoonlijk rouwen is. Ieder gaat op geheel eigen wijze om met verdriet. Uitstellen, negeren, voelen, verwerken. Ook al lijkt het voor buitenstaanders dat mensen niet verdrietig zijn omdat ze geen traan laten, hun angsten, gedragingen of uitgesproken woorden geven een ander beeld.

De een reageert met omzeilen van het probleem, sluizen die kunnen opengaan(1) vermijden, de ander laat het lichaam reageren. Als ogen geen traanvocht meer kunnen produceren, wil dat niet zeggen dat het lichaam stopt met huilen… (2). Nattigheid (verdriet) kan zich op creatieve wijze uiten.

Mijn schoonmoeder had gelijk: ik ben een beetje van alles: creatie/recreatie/reïncarnatie-therapeut J!

 

 

Als je incontinentie gewoon een lichamelijke klacht vindt, kijk dan voor meer informatie op www.incontinentie.info

 

Wil je verdriet verwerken, kijk op www.verdrietverwerking.nl, www.levenskracht.info of www.henklevels.nl voor adressen van therapeuten die van verdrietverwerking hun beroep gemaakt hebben.

 

Wil je meer lezen over ‘oud verdriet’ (uit vorige levens), dan kun je bij mij terecht of andere verhalen lezen op deze website.

O.a. Heftige emoties bij een oud huisje in Italië

-           Verlies van een kindje in een vorig leven

-           Ook in mijn boeken Waarom Esther geen Robinson werd - Ik was eens... - Diehards in de war vind je vele praktijkvoorbeelden over werken met oud zeer, oud verdriet in voorgaande levens.

 

 

 

Marianne Notschaele-den Boer

© RHA Publishing

 

 

Terug naar beginpagina voor vele andere verhalen uit mijn praktijk & boeken over vorige levens.

 

____________________________________________________________________________________________________________

 

© RHA Publishing, november 2009