Vorig leven van José, uit de praktijk
reïncarnatietherapie van Marianne Notschaele – ECZEEM en vorige levens ©
Uitgeverij RHA Reïncarnatietherapie

Toendra in
Mongolië
ECZEEM
(HUIDALLERGIE) EN VORIGE LEVENS
José (32) heeft last van eczeem. Bij koud weer
kleuren haar handen en delen van haar onderarmen paars/blauw. Aanraking met
koud water verdraagt ze slecht. Voorgeschreven medicinale zalfjes helpen
niet. José’s huid is af en toe zo droog dat deze spontaan openbarst. Bij
winterweer verstijven haar vingers, ze worden paarsblauw.
We starten met reïncarnatietherapie,
want José heeft een zware jeugd achter de rug. Er is heel wat oud verdriet dat
nog een plaats in haar huidige leven moet krijgen. Pas aan het eind van het
therapietraject komen haar paarsblauwe handen en armen opnieuw ter sprake. José
was er namelijk al vanuit gegaan ‘dat daar toch niets aan te doen was’.
(Wanneer ze
over haar paarsblauwe plekken vertelt, zie ik
een rivier voor me. En een groepje vrouwen, in primitieve kleding gehuld. De
omgeving ziet er vlak en kil uit. Koud. In de verte kale bergen. Er is iets met
een kindje dat verdrinkt. Het kindje wordt op de kant getrokken door een
groepje vrouwen, niet de moeder.) Maar
eens informeren wanneer José last kreeg van die rare paarse plekken op haar
handen en armen. Iets in haar leven nu moet een oude ervaring met kou/water
getriggerd hebben.
José zegt: “Vroeger had ik er geen last van.”
“Sinds wanneer dan wel?”
“Nadat mijn dochtertje is geboren. Suusje. Ze is nu
vier.”
Ik vraag of José wat over de bevalling kan vertellen
van haar dochtertje en over Suusje zelf.
Opvallende uitspraken daarbij zijn:
-
“met Suusje
hebben we een hele weg afgelegd
-
ik ben bang dat
ik een slechte moeder ben, maar ik zal
nooit mijn man of kinderen in de steek laten
-
het moederschap
verloopt niet vlekkeloos
-
soms ben ik zo
moe, ik word leeggezogen
-
ik droomde vaak
dat ik niet goed op Suusje paste, ik was bang
dat ze in de vijver zou lopen
-
ik zal nooit met
haar gaan wandelen als het buiten mistig,
koud weer is
-
als ik haar
hoorde huilen, was ik bang dat ik haar
kwijt was.”
Via de hierboven genoteerde zinnen en geconcentreerde
aandacht daarop, komt José in een oude ervaring terecht. Een vorig leven waarin
José de moeder is van een dochtertje. Het dochtertje in het vorige leven is 2-3
jaar oud. Het dochtertje van toen, is Suusje van nu(*).

José vertelt:
Het is ergens
lang geleden. Zeker wel 3000 jaar voor christus. Wij zijn ook moeder en
dochter. Ergens in Mongolië, die kanten uit. Toendra.
Ik ben een
meisje van ongeveer 16/17 jaar, en ik heb al een kindje. Een meisje van
ongeveer 2/3 jaar oud.
Er is wel een
man geweest, maar die is definitief weg. We wonen met meerdere vrouwen bij
elkaar, op de toendra. Nomadeachtig.
Telkens een
ander onderkomen. Nu en dan een grot in de bergen.
Het
moederschap verloopt niet vlekkeloos,
ik ben ook nog zo jong. Die kleine uk is mijn leven gaan bepalen.
We hebben een hele weg afgelegd. We zijn
onderweg. Vertrokken, hadden niet genoeg voedsel en beschutting. Het wordt te koud.
We zijn met
zijn vijftienen. Open gebied, vlakte. We volgen de loop van de rivier. Dit deel van het jaar
stroomopwaarts, het andere deel van het jaar stroomafwaarts. We lopen met de
rivier mee. Ik word moe van het lopen, het is koud, Kou, nevel, mist. Het is -5 of -10 zoiets. Mijn handen zijn paars van de kou. Af en toe
draag ik mijn kindje, soms moet het lopen. Ik hou haar handje vast.
Het tempo van
de groep is niet meer bij te houden. Ik word steeds moeier. Door de honger en
kou ben ik met mijn aandacht bij de rivier, hoe ik moet lopen.
Ineens
ben ik haar kwijt! Mijn kind is ineens weg! In het water van de rivier!

Ze drijft in
het water. Ze wordt er door anderen uitgetrokken. Ik probeer met mijn handen in het ijskoude water
haar te pakken. Ze is koud, onderkoeld. Heeft een lijkkleur. Ik ben een slechte moeder. Ik ga aan
haar schudden, maar ze ademt niet meer. Ik hou het kind in mijn armen. Ze is
ijskoud. Ik zak in elkaar, met haar in mijn armen. Het is zo koud!
De moeder sterft kort na deze gebeurtenis. Vanwege de
kou, ondervoeding, het verdriet en het schuldgevoel. In leven blijven hoeft
voor haar niet meer.
***
Deze oude ervaring werd bij José getriggerd door de geboorte van Suusje(*).
Ineens werd José op onbewust niveau geconfronteerd met een vorig leven
waaruit ze elkaar al kenden. In dezelfde verhouding: moeder/dochter. José’s
lichaam reageerde… (herinnerde zich iets, maar wist niet precies wat)…..
Onderdeel van therapeutische afronding was een brief
die ik José liet schrijven aan haar handen.
“Lieve
handen.
Ik wil jullie
graag laten weten dat er een stukje schuld af kan. Jullie denken nog steeds dat
je iets hebt nagelaten. Maar jullie hebben geprobeerd haar uit het water te
halen, haar geprobeerd tot leven te wekken en jullie hebben haar gedragen.
Alles wat
toen mogelijk was, hebben jullie gedaan. Ik was pas 16 jaar. Mijn dochtertje
was 2 of 3. Het weer zat tegen, we hadden al een lange reis achter de rug. Ik
was doodmoe, de groep liep een eind voor ons en met de weinige energie die ik
had moest ik de groep en de loop van de rivier goed in de gaten houden.
Toen ik het
gegil hoorde, hebben we samen toch nog het nodige geprobeerd.
Jullie bleven
steken in dat verhaal, maar dat hoeft niet meer want het enige wat we konden
doen, hebben we toen gedaan.
Ik wil jullie bedanken omdat jullie mij eraan herinnerd hebben waar ik ben
blijven steken in dat vorige leven. Ik ben er nu achter gekomen dat ik niet
vastgelopen ben, maar wel verder kom.
Bijna 5000
jaar later krijg ik de unieke kans met Suusje om het af te ronden onder veel
betere omstandigheden, die er toen niet waren.
Ik probeer
iets af te ronden tussen Suusje en mij. Dus lieve handen, jullie hoeven niet
meer zo paars en blauw te blijven, want dat verhaal is afgelopen.
José.”
Voor het eerst sinds de geboorte van Suusje gaat het
beter met José’s huid. Haar handen en armen vertonen aanmerkelijk minder en
minder erge paarsblauwe plekken.
Natuurlijk vond de dermatoloog: ‘dat ze er ineens
overheen gegroeid was’. In zekere zin heeft deze huidspecialist gelijk. Soms
gaan er eeuwen overheen, en groeit de ziel… maar ik denk niet dat hij dat
bedoelde…. (J)
Met dank
José’s bijdrage.
(*)
Ziel+lichaam=1 persoon. De ziel die toendertijd in het lichaam van het
2-jarig kindje zat, is dezelfde ziel die nu huist in het lichaam van Suusje. Zielsherkenning
geschiedt hier wanneer José, de moeder, Suusje opnieuw als kind krijgt.
De omstandigheden zijn na eeuwen anders,
maar het lichaam van José herinnert zich onbewust de kou (paarsblauwe handen)
die bij de verdrinking horen van de laatste keer dat ze elkaar ‘zagen’.
Ander verhaal uit de praktijk rondom
'verdrinking'
Marianne Notschaele-den Boer
RHA Publishing
Terug naar beginpagina voor
andere verhalen.
Naar informatie over
boek met vorige levensverhalen
© RHA Publishing, maart 2009