Herinneringen van Rietje (53) aan een vorig
leven in Atlantis - Marianne
Notschaele-den Boer
© Uitgeverij RHA Publishing/RHA
Reïncarnatietherapie
DE KLOS VAN RUHMKORFF
Eén van de meest bijzondere herinneringen
aan een vorig leven in Atlantis kwam van mijn eigen moeder.
Lang voordat ik een opleiding
volgde tot reïncarnatietherapeut las ik boeken over reïncarnatie, hypnose en
hypnotherapie. Toen ik in 1990 als dertigjarige het ‘Handboek Regressietherapie’
van Hans ten Dam in handen kreeg (over regressie- en reïncarnatietherapie
zonder hypnose) vroeg ik aan mijn moeder Rietje (toen 53 jaar) of ik eens een
‘regressie op haar mocht oefenen’. Zelf wist ik wel wat van en over mijn eigen
vorige levens, maar niets over een vorig leven van haar … ik was me toch nieuwsgierig!
Mijn moeder hield zich niet
bezig met reïncarnatie-onderwerpen. Ze was wel zo lief om te zeggen: ‘Je mag
gerust op me oefenen hoor, maar ik denk niet dat je me kunt hypnotiseren en
fantasie heb ik ook niet. Ik kon vroeger nog geen bedtijdverhaaltje voor jullie
verzinnen.’
Ik zie me nog in de weer met een
cassetterecorder en cassettebandjes (ja ja, het was in het tijdperk waarin de
computer net zijn intrede deed, digitale voicerecorders waren er nog niet J) en een dekentje voor het te hypnotiseren slachtoffer…
haha! Ik had namelijk ergens gelezen dat iemand het koud zou kunnen krijgen
tijdens een regressie-sessie.
Hopelijk zou mijn moeder gaan
vertellen over een vorig leven, ik wilde alles opnemen op cassette en dat later
uitwerken. En ik wilde meteen therapeutische technieken proberen uit het boek
van Hans ten Dam om mijn moeder ‘terug in een vorig leven te krijgen’, met of
zonder hypnose.
Na een keurige
ontspanningsoefening en terugtellen in de tijd…. van 10, 9, 8 etc. hopte mijn
moeder –met gesloten ogen, in diepe staat van ontspanning- een vorig leven
binnen. Met langzame, kalme stem vertelde ze wat ze zag: Pruisische soldaten.
Ze was verbaasd. Was zij een soldaat of zag ze soldaten? Volgens haar was het
rond 1880. We kregen het niet scherp. Ik vroeg haar verder terug in de tijd te
gaan…hopla, mijn moeder zag zichzelf als een treurige vrouw, een novice,
biddend in de kerkbanken van een grote kathedraal. “Ik hou niet van kerken”,
mompelde ze. (zie verhaal monnik en novice in klooster).
Ineens constateerde ze ‘dat haar
ogen liepen’ (tranen, een verdrietige herinnering?). Daarom vroeg ik haar nog
verder terug in de tijd te gaan… naar heel lang geleden. Op dat moment leek me
(onervaren als ik was op het gebied van reïncarnatietherapie)
‘ver weg’ beter hanteerbaar. Dat kon vast niet aangrijpend zijn…
Vergeleken met het
werk dat ik nu doe, had dit ‘oefenen op mijn moeder’ niets, maar dan ook niets
met therapie te maken.
Ik instrueerde haar verder terug
in de tijd te gaan, zover als ze kon. Ze
zei: “Ik heb helemaal geen fantasie, maar wat ik nu toch allemaal zie. Dit is
vreemd. Ik snap er helemaal niets van.”
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt
en ik liet haar vertellen: (hieronder het letterlijke verslag van de sessie,
therapeutische waarde nihil, maar interessant is het zeker).
RIETJE’S HERINNERING AAN ATLANTIS
“Ik zie een grote kade die doormidden
gebroken is en waar de zee doorheen buldert ... een grote overstroming. Ik kan
niet zeggen waar dat nou precies is. Ik zie alleen maar een stuk zee, heel ver,
heel wijds, met stukken rots aan de zijkant. Het is heel somber, nee meer heel
stil. Net of het heel oud is... In een tijd die we nu niet kennen. Het doet me
denken aan de pooltijd, zo, die sfeer... Heel stil, machtig, een enorm
natuurgeweld. Een doorbraak, een kade, bulderende golven en dan heel wijds...
zee met rotsen, maar alles is heel stil. Triest, somber en donker. Heel triest
.... net of enorm natuurgeweld, van een macht die wij niet kennen, heeft
gewoed, zodat je je heel nietig voelt... De natuur overheerst alles, je kan er
niets tegen doen. De zee is zo woest, tenminste nu is-t-ie vlak, maar hij
bulderde daarstraks door een kade heen. Een stenen wand waar een gat ingeslagen
werd en daar bulderde die zee doorheen. Allemaal heel woest.
- Wat zie je om je heen?
Een schip! Een boot, die zit
daar knel! Die kan niet op of neer, die zit daar gevangen. Een vrij ondiepe
boot, zwart met een witte rand en een ijzeren rand eromheen. Die kan niet meer
weg, die is gezonken.
- Wanneer speelt zich dit af?
De boot is van ijzer, dan is die
toch niet zo oud? Vroeger had je toch houten boten? Hoe kan dat nou? Het is
heel, echt heel lang geleden. Het lijkt wel een onderzeebootachtige boot, open
aan de bovenkant (verbaasd). Gets, het ziet eruit als een soort onderzeeër,
heel, heel geheimzinnig.... 't lijkt wel iets van Atlantis! Net of die boot
ligt te spioneren ... of t-ie eigenlijk niet gezonken is, maar gewoon d'r ligt
... hij ligt zijn tijd af te wachten. Tussen twee rotsen ingeklemd. Onder het
water.
- En als je boven het water
kijkt, wat zie je dan?
Twee dunne ijzeren staafjes die
omhoog steken, een soort periscoop. Oh! Ik zie hele rare fabrieken met heel
raar licht eromheen. Hele gekke modellen. Witte stralende fabrieken met
vierkantige, zeskantige schoorstenen en daarboven een enorm licht, als van een
soort kernexplosie, een heel sidderend licht met allemaal spiralen. Vanuit die
schoorstenen is het net of er hele grote spiralen in de lucht steken... Het is
niet van deze tijd, het is iets vreemds. Net of er een enorme energie boven die
schoorstenen hangt, of die spiralen boven die schoorstenen enorme energie
uitstralen .... In die spiralen daar gebeurt iets.... Het is op een soort
plateau in zee. Nou straalt er licht uit die eh torens. De torens zijn van
steen, grijzig wit.
- Als je het plateau overziet,
van bovenaf gezien, wat is er dan omheen?
Water, water. Ooooh, de Klos van
Ruhmkorff!(*) (opgewonden en verbaasd
tegelijk)
- Wat is dat?
Dat is een kracht, zooo groot!
Daar staat een hele grote klos en die maakt energie, oh... nou gaan mijn ogen
tranen. Dat is een grote klos die maakt energie met draden, met koperdraden.
Net een grote garenklos.
- Energie-opwekking?
Ja, maar 't is iets
wetenschappelijks. Er zijn wel mensen bij betrokken, maar toch gaat alles
automatisch. Het wordt geregeld van onderaf, onder het plateau.... Raar, net of
dat schip dat daar knel ligt, spioneert naar dat platform.... Oh, nou zie ik
een duikerspak met een heel klein vaarbootje, een heel klein ijzeren bootje,
een eenpersoonsbootje. Een afgesloten gondeltje. Ik zit in dat bootje, onder
water. Ik zie de zeebodem... zand, de onderkant van het bootje heeft een punt,
het raakt de zandbodem ... het zand dwarrelt op. Ik zie zeesterren op de
zeebodem... Aan dat bootje zit een schroef die draait, een heel klein schroefje
dat draait en daar beweegt-ie mee, daar komt ie mee vooruit. Ik kan ermee naar
boven, ik kan zelf sturen. Ik kan er mee naar het wateroppervlak... Ja, (praat
nu heel snel) dan kom ik boven het wateroppervlak en dan komt er een pijpje uit
waar stoom uitkomt, een soort zwarte stoom. Ik kom boven het water. Oh jee, hele,
hele zwarte rook komt eruit. Het staat in brand! Het bootje waarin ik zit
smelt... Het smelt door de aanraking van het wateroppervlak. Terwijl ik naar
boven kom ... eh ... het bovenste deel waar ik mee boven water kom, smelt. Op
het water liggen allemaal witte blaren, witte bubbels ... en ... en dat
springt! Van die witte bubbels op het wateroppervlak, grote blazen. Heet! Een
hele dikke taaie laag op het water ... het is iets chemisch, iets dat kan
branden. Iets heel raars, heel sinister .... d'r is iets gebeurd wat we niet
kunnen bevatten. Het is een deel van het wateroppervlak, niet overal, waar zo'n
dikke, witte brij opligt. Die brij kwam denk ik uit de lucht vandaan.
- Ga eens een klein stukje terug
in de tijd. Wat zie je in verband met die fabrieken op dat plateau in zee?
Ik ziet iets draaien. Een heel
vreemd ding dat ik nog nooit gezien heb. Een soort super hijskraan die je kan
verstellen, vanuit een basis over het water heen. Die arm reikt heel ver over
het water. Dat draait en daarop zit iets groots op een bol, die open is. Van
heel dun ijzer, een geraamte waar je doorheen kan kijken. En dat draait maar,
dat draait maar... dat tast iets af.
- Een radar?
Ja, zoiets. Dat tast dat eiland
af. Net of er een energieschild om dat eiland heenhangt. Het is een
controle-apparaat. Het maakt op die bol aantekeningen met een soort heel groot
potlood wat automatisch beweegt, op en neer, op en neer. Het beschermt tegen
aanvallen van buitenaf. En nu zie ik weer die bloemkoolachtige blaasjes.
Rubberachtig ruikt het. Chemische blaasjes. Bah, dat stinkt. Rare chemicaliën,
ik heb een rubber pak aan. Die lucht hoort bij dat onderwaterbootje.
- Waar hebben die chemische
blaasjes mee te maken?
Een enorme explosie...
Grondstoffen delven? Ik denk dat ik gevaarlijk bezig ben geweest. Dat ik dingen
wou maken die niet bestonden. Nu zie ik weer die Klos van Ruhmkorff in het
klein. Een beveiliging voor de manschappen. Beveiliging voor de helpers van het
atol. We zoeken nieuw erts om te smelten. Dat is nodig voor energie, om de Klos
te laten draaien. De fabrieken moeten blijven draaien om energie op te wekken
voor de mensheid. Nu zie ik anderen, ze delven. Ze lopen in witgrijze pakken en
hurken op de grond en het is net of ze iets aan een touw ergens uithalen, naar
beneden, diep in de aarde. Er zijn er meer zoals ik. Ze hebben allemaal een kap
op hun hoofd voor bescherming tegen die zwavellucht die er overal hangt....
Onderaardse geisers.
- Waar ben jezelf, wat doe je?
Ik delf. Ik zit met mijn ene arm
omhoog, mijn andere arm trekt iets uit de grond omhoog, met een lange lijn. Ik
zit op mijn knieën op de grond. De grond is hard, harde rots. Ik weet niet of
die draad die naar beneden rolt, of die in water is of in grond.... kan ik niet
zien. Ik delf erts voor energie, voor stroom, geleidestroom. Ik zit in een
speciaal team van 6 mensen, maar die zien er anders uit. Ze hebben zwarte
pakken aan van een soort asbest. Dun materiaal, zwart/grijs. Ze hebben
stofbrillen op, grote zwarte stofbrillen. Beetje monsterachtig. Ik zie alleen
de koppen.
- Waarom verkrijgen ze energie
op zo'n vreemde manier?
De aarde is leeg. Dat kwam door
de overstromingen. De aarde is primitief. Er waren rollende stenen, keien in
beweging. Een grote aardbeving?
- Waar en hoe eet je ergens?
Hee, da's gek. In de lucht? Ik
denk dat deze manschappen van beneden naar boven zo opgezogen worden. Opwaartse
druk, oh nee, ze kunnen het zelf. Ze zetten zich vanaf de grond af, naar
omhoog, door een soort cilinder. Ze kunnen zichzelf in beweging brengen en gaan
naar boven en verdwijnen in een rond, zwart gat. Ze worden naar binnen
gezogen lijkt het wel.... onder aan een ruimteschip hangen allemaal
ronde cilinders ... ze springen als het ware op van de grond, door
zo'n glazen koker en dan pakken ze zo'n cilinder van het ruimteschip en dan
trekken ze zich zo op. En dan verdwijnen ze naar binnen.
- Wat doen die manschappen in
dat schip?
De wereld verkennen, voor rust
en orde. Het komt volgens mij van Plantana vandaan. Of Plansumus, zo klinkt het
ongeveer. Er zijn meer van die schepen, een heel leger... Ik zie verder geen
mensen, alleen die rotsachtige bodem met dat rubber. Ze zoeken naar iets in de
grond met een lange, dunne draad. Met die draad maken ze gaten in de grond
ofzo. Een hele, hele hete straal, het is maar heel dun. Meer een laserstraal,
zo dun! Ze meten en zoeken ermee. Gek, het is echt heel lang geleden gebeurd
hoor, ook al zie ik ruimtevaartdingen. Ik moet alsmaar aan Atlantis denken.”
Na afloop van deze
exploiratiesessie vroeg ik aan mijn moeder wat ze met die Klos van Ruhmkorff
bedoelde? Het was iets dat ze ooit op school geleerd had, iets natuurkundigs.
Het fijne wist ze er niet meer van.
We waren allebei perplex na al
deze informatie: ik omdat het me zomaar gelukt was om mijn moeder een vorig
leven te laten herinneren, zij omdat ze niet begreep hoe ze dit allemaal kon
weten of verzinnen. Ze had immers totaal geen fantasie… ;)
Dankzij Internet vond ik deze
week pas een afbeelding van het apparaat (uit 1850) waarop ze doelde.

Klos van
Ruhmkorff: een inductiespoel die vonken kon produceren van meer dan 30
centimeter (rond 1850). Deze spoel werd in de eerste radiozenders en enkele
andere primitieve elektrische en elektronische apparaten gebruikt. Stroom werd
van zeer hoge spanning opgewekt in de secondaire winding.
Voor meer
informatie: http://hamradio.nikhef.nl/amrad/history/ruhmkorff/main.htm
Haar ervaringen rondom erts delven deden me het meest
denken aan de boeken van Eric von Däniken: ‘Waren de Goden kosmonauten?’
REINCARNATIEHERINNERINGEN
AAN ATLANTIS – LEESTIPS BOEKEN EA
Vorige levens in
Atlantis (een algemeen verhaal over Atlantis op deze website +
specifieke boekinformatie)
MRI-scan & Atlantis
(een verhaal van mijn vader op deze website, over hoe een MRI-scan een
herinnering aan Atlantis triggerde)
© Marianne Notschaele-den Boer/met dank aan Rietje’s
bijdrage
Terug naar beginpagina voor de
nieuwste boeken en verhalen over vorige levens.
____________________________________________________________________________________________________________
© Uitgeverij RHA Publishing, juni 2009 – Marianne
Notschaele-den Boer