Vorig leven van Samira, uit de praktijk reïncarnatietherapie van Marianne Notschaele

Een hekel aan strijken © Uitgeverij RHA Reïncarnatietherapie

 

 

                 

 

EEN HEKEL AAN STRIJKEN

 

Regelmatig krijgen cliënten inzichten dankzij een consult 'vorige levens'. Er is dan geen sprake van reïncarnatietherapie, maar van ‘iets te weten komen’ uit een vorig leven. Informatie die verhelderend en probleemoplossend werkt.

 

Zo kwam Samira (40) met een aantal vragen, waaronder de volgende: ‘Waarom heb ik zo’n hekel aan strijken?’

Hoewel ze thuis als kind nooit in het huishouden hoefde te helpen, had ze ‘zolang ze zich kon herinneren’ een grondige hekel aan ‘de strijk doen’.

Op haar 18e ging ze uit huis; van haar moeder kreeg ze toen nota bene een strijkijzer en strijkplank kado: ‘omdat ze vond dat ik goed voor mezelf moest kunnen zorgen.’ Samira raakte beide attributen nauwelijks aan, kocht zoveel mogelijk strijkvrije kleding en vouwde het wasgoed gekreukt en al op: ‘Van mij hoefde al dat gestrijk niet. Ik heb ooit één keer een witte blouse gekocht met plooitjes en vouwtjes. Vreselijk! Nooit meer!’

 

Was- en strijkgoed namen in hoeveelheid toe, o.a. dankzij de komst van man en kinderen in haar leven. ‘Ik nam een werkster in dienst, niet om schoon te maken, maar om het wasgoed voor ons gezin te strijken.’

Om mijn opmerking dat magnetiseren (aurahealing) vroeger ‘strijken’ werd genoemd, kan Samira niet lachen. ‘Wat een stomme benaming.’

 

Telkens als Samira het over haar ‘hekel aan strijken’ heeft, zie ik een jong meisje voor me: in een andere tijd, lang geleden, in een piepklein washok. Opgestapelde lakens, witte schorten en mutsen om haar heen. Een meisje dat met ouderwetse strijkijzers werkt, die op een ijzeren plaat boven een haardvuur worden verwarmd.

Als ik Samira dat vertel, zegt ze: ‘Hoe kan jij nou weten dat ik daarvan nachtmerries heb gehad?’ Dat kan ik inderdaad niet weten, want daarover heeft ze niets gezegd, maar beelden/plaatjes uit voorgaande levens van anderen floepen bij mij gewoon tevoorschijn als ik mensen hoor praten, tenminste… als ik me goed concentreer op uitspraken die cliënten doen. Ik moet er wel mijn ‘derde oog’ voor inschakelen.

 

***

 

Ik vraag of Samira zich wil concentreren op ‘strijkgoed’ in combinatie met ‘van die zware ijzers’ (zie plaatje hierboven). Wat levert dat voor emoties op? Wat voelt ze daarbij? Denkt ze daarbij? Wat is er aan de hand als ze dergelijke gedachtes en gevoelens ‘meeneemt, terug in de tijd?’

 

 

We komen in een leven terecht dat zich afspeelt tussen 1600-1700. Land onbekend. Het gebied doet Europees aan.

 Een 6-jarig meisje, woonachtig in een stad, verliest beide ouders door ziekte. Ze wordt door naaste familie in huis opgenomen, maar zodra ze kan werken moet ze zelf in haar eigen onderhoud voorzien. Ze is 8 jaar als ze een onderkomen en een baantje in een weeshuis (armenhuis) krijgt.

 

Het meisje werkt van half vijf in de ochtend tot zeker tien uur in de avond. Dag in, dag uit, week in, week uit. In ruil voor haar werkzaamheden als vloerveegster en afwashulp krijgt ze eten en mag ze bij het overige personeel op zolder onder de hanenbalken slapen. Familie ziet ze niet meer.

 

Een half jaar later wordt ze ‘bevorderd’ tot wasmeisje. Ze haalt water bij de pomp, sjouwt ketels, kookt water, wast lakens, schorten, mutsen en jurken, spoelt, hangt wasgoed op. Strijkt tot in de late avonduren. Met zware strijkijzers, die op een binnenvuur worden verhit. Vooral plooien persen in mutsen en plooikragen strijken  vindt het meisje een heidens karwei. Het harde werken op zich is niet traumatisch, ze weet niet beter.

 

Op een dag krijgt ze de opdracht even op een pasgeboren baby te letten, tussen het vele strijkwerk door. Een bijzondere gebeurtenis, want in het armenhuis ziet het meisje alleen volwassenen of wezen, ouder dan 6 jaar. Het wasmeisje is verrukt en fantaseert dat het murmelende wichtje familie is, dat ze nu iemand voor zichzelf heeft om van te houden. Tussen de strijk- en waswerkzaamheden door gaat ze telkens kijken. De baby vindt ze zo lief!

En dan… opeens is de baby weg! Hoewel het meisje weet dat iemand gekomen is om de baby op te halen, weigert ze dit te geloven. Ze vindt het ‘haar kindje’.

 

Werktuiglijk doet ze haar vele was- en strijkwerk. Plooien in mutsen worden niet goed meer gestreken, ze brandt haar armen aan de zware strijkijzers, laat ketels kokend water vallen. Het meisje denkt alleen nog maar aan de baby. In haar kinderfantasie: ‘haar baby’. Ze zou de baby het liefst willen zoeken, maar waar?

Een paar maanden later loopt het meisje een longontsteking op en blaast, oververmoeid van het vele werk dat gewoon doorgaat, haar laatste adem uit.

 

 

Dit ‘oude’ verhaal/vorig leven ontrafelen, waarin ‘strijken’ verbonden raakte met ‘verlies en verdriet’ is niet hetzelfde als therapeutische herbeleving, maar zorgt wel voor hetzelfde effect. Begrijpen waarom je ooit een hekel had aan strijken, waar dat mee te maken had, geeft inzicht. Weten waarom, lucht op. Bovendien geeft het een nieuwe kijk op ‘strijken’: is strijken in Samira’s huidige leven net zo erg als toen?

 

Onbewust wilde Samira niet herinnerd worden aan pijn en verdriet/verlies, dat (volgens het wasmeisje) bij strijken hoorde. ‘Strijken’ koppelde ze ooit aan ‘hard werken en mensen (ouders, babytje) verliezen’. Maar hiervan is bij strijken in 2009 geen sprake meer.

 

Het ene inzicht leidde tot het andere: Samira mailde later: ‘Ik begrijp nu ook waarom ik klederdrachtmutsen haatte. Die zitten vol met van die plooien. Daarvan heb ik er in dat vorige leven duizenden gestreken. Ik zal strijken nooit echt superleuk vinden, maar ik haat het niet langer en dat is al heel wat voor mij.’

 

***

 

Voor mensen die wel van wassen en strijken houden (J), neem eens een kijkje op de volgende website: Wasch en Strijk Museum in Boxtel Op die website en in het museum kun je o.a. zien (mooie plaatjes!) welke strijkattributen vroeger allemaal nodig waren om pofmutsen of plooikragen in model te brengen.

 

Het plaatje bovenaan deze webpagina is een fotootje dat ik zelf maakte. Ooit kreeg ik deze antieke strijkijzers kado. Pas nu kijk ik ernaar met andere ogen. Wat ben ik blij dat iemand lichtgewicht strijkijzers heeft uitgevonden…!

 

 

 

Met dank aan Samira voor haar bijdrage.

 

 

Marianne Notschaele-den Boer

RHA Publishing

 

Terug naar beginpagina voor andere verhalen.

Naar informatie over boek met vorige levensverhalen

 

 

© RHA Publishing, februari 2009