Vorig leven van Marianne en Rietje, uit de praktijk reïncarnatietherapie van Marianne Notschaele

Miniatuur schilderen © Uitgeverij RHA Reïncarnatietherapie

 

 

                 

 

 

MINIATUUR SCHILDEREN

 

Nadat mijn vader (zie verhaal MRI-scan en Atlantis) zijn ervaringen voor me op papier zette, vroeg mijn moeder, Rietje (71), aan mij: ‘En, waar kennen wíj elkaar dan van?’ Tja… In al die jaren dat ik zelf met reïncarnatietherapie werk, was ik haar wel eens ‘tegengekomen’ in vorige levens die ik uitzocht maar meestal was die informatie zo summier dat ik haar daar weinig over vertelde. Ik beloofde dat ik er een keer ‘voor zou gaan zitten’ om ’t uit te zoeken.

 

Nu heb je allerlei manieren om vorige levens op te diepen uit het onderbewuste, ditmaal koos ik voor een gedeeltelijke visualisatie om daarna op te schrijven wat spontaan verder bij me opkwam.

Eerst zette ik een cd op van collega-therapeut Roger Woolger(*). Deze cd bevat visualisaties naar jeugd- en vorigelevenservaringen. Sommige luisteraars vallen bij zijn cd in slaap, zelf vind ik ’t een heerlijke cd. Het geeft me de gelegenheid losse flarden informatie uit vorige levens aan elkaar te knopen en (nog) onduidelijke beelden aaneen te rijgen tot informatie waar ik wat mee kan. Je hebt immers niet voor alles een therapeut nodig, je kunt een heleboel zelf.

 

Terwijl ik me concentreerde op wat ik wilde weten: uit welk vorig leven ken ik mijn moeder van nu?, luisterde ik naar de visualisatie waarin me gevraagd werd een jeugdervaring voor de geest te halen.

Meteen zag ik mezelf tekenen als klein kind. Ik zat op de grond met viltstiften en tekenpapier. Mijn moeder was op de achtergrond bezig in de keuken. Vaatgerommel en etensgeuren. Ik deed net of ik mijn moeder niet hoorde of zag, probeerde mijn aandacht bij de tekening te houden. Ik dacht: Waarom komt ze niet kijken naar wat ik gemaakt heb? Waarom zegt ze niet dat het mooi is?

 

In de visualisatie wordt gevraagd waarom je juist dit beeld ziet en daarna volgt een hypnotische inductie ‘terug te gaan in de tijd, naar een vorig leven waarin je een soortgelijke ervaring heb gehad’.

 

***

 

Mijn eerste indrukken: het gevoel mezelf te moeten beheersen. Boosheid. Ben ik een man? Monnik? Pastoor? Het liefst wilde ik een grote, vuistdikke houten deur achter me dichtsmijten. Ik zag mezelf driftig wegbenen, een lange gang door. Weg wilde ik, weg van het sombere vertrek waar ik net uitkwam. Weg van die vrouw, weg uit dit klooster. Mijn houten schoenen met leren bovenstuk bonkten op de vloertegels, het geluid weerkaatste in de kille kloostergang.

                        

 

 

“Ik ben een pastoor of monnik. Heb een donkerbruine pij aan met zo’n touw om mijn middel gebonden en een ‘capuchon’ achter op mijn rug. Ik loop op houten schoenen met leren bovenkant. Doet oud aan (1100-1400?).

Ik denk dat ik tussen de 40-50 jaar ben. Kaal hoofd, haarrondje op mijn blote schedeldak, grijzig baardje. Ben een ontevreden, zuur type. Zuinig mondje.

Vind er weinig aan om langs kloosters te gaan. Heb een of andere functie die het midden houdt tussen parochieherder en monnik in een klooster. Geloofs’vertegenwoordiger’. Ik zorg ervoor dat jonge mensen het klooster ingaan door ze over te halen. Ik kan goed lullen zogezegd. Lijkt op ‘ronselen voor het geloof’. Een god/christus zegt me weinig, maar ik doe alsof. Vind dit hele kloostergebeuren on-inspirerend.

 

Had graag wat met kunst of in de kunstwereld gedaan, maar vanuit mijn familie is dat onmogelijk. Al het geld dat mijn familie kan missen gaat naar de kerk. Opleidingen lopen via het kerkelijke vlak. Het kerkelijke/geloof boeit me nauwelijks. Maria vereren vind ik meer jeu hebben, Maria-vereringsfeesten dan. Ik hou van een feest op zijn tijd. Enige goede reden om door te gaan als pastoor/monnik is de grote hoeveelheid drank die gratis voorhanden is. Kerkmensen zijn rijke mensen. Drank in overvloed. Met veel rode wijn lijkt mijn leven minder zwaar en is het ‘vertegenwoordigen’: langs kloosters gaan, minder zwaar. Neemt niet weg dat ik af en toe op pad ‘moet’ om kloosters te bezoeken. Enige lichtpuntje in mijn grauwe bestaan: bekijken van kunstwerken en schilderijen van heiligen. Of de ingekleurde platen in heiligenboeken. Bijbelteksten, daar heb ik een hekel aan.”

 

Moment waarop ik mijn huidige moeder ontmoet (in het vorige leven):

 

   

 

“Zij is non. Ze zit op een klein driepootkrukje voor een houten verhoging waarop een boek ligt, in een vertrek dat somber aandoet. Het enige licht dat naar binnenvalt komt door twee hoge, smalle glas-in-lood ramen. Geen kerk of kathedraal, eerder een kloosterruimte. Donkere voorstellingen in het glas-in-lood, somber licht.

 

Ze is jong, 35? Jonger dan ik. Ze is gekleed in een donkergrijze/blauwgrijze mantel. Ik zie geen schoeisel onder haar mantel vandaan komen, dat is verboden. Vrouwenlichamen dienen van top tot teen verhuld te zijn. Haar kledij valt ruim om haar heen. De stof aan de onderkant is vuil van het gesleep over de vuile grond van de kloostergangen.

Ik zie haar van opzij. Op haar hoofd een kap (hard gesteven stof van hetzelfde materiaal als de mantel), een deel van haar voorhoofd is verborgen onder een witte lap stof. Van haar gezicht zie ik slechts ogen, neus en mond. De hals is bedekt met dunne, grijze stof. Het geheel ziet er donker uit. Toch maakt deze vrouw geen sombere indruk, eerder ingetogen en blij. Devoot? Kalm bezig met handelingen die bij haar passen. Dat raakt me. Zij is blij met haar werk. Zij wel, ik niet. Ik voel jaloezie, ‘t maakt me boos. Hoe kan ze blij zijn met haar werk in dit bedompte vertrek, dit vreselijke klooster, waar ik het liefst zo kort mogelijk verblijf?

 

Mijn jaloezie heeft meer te maken met wat ze doet. Ze kleurt een afbeelding in met een heel fijn penseeltje, ze schildert! Ik weet niet met wat voor document (boek/bijbel?) ze bezig is. Ik stap dichterbij, doe zo vriendelijk en voorkomend mogelijk. ‘Mogen vrouwen dit werk verrichten?’ is wat ik haar vraag. Zonder op te kijken geeft ze antwoord: ‘Nee, maar ik ben er goed in, ze hebben voor mij een uitzondering gemaakt.’

Mijn God! Door mijn lijf gieren de emoties. Zij wel! Ik niet! Zij mag schilderen, ik moet leuren met Gods woord bij het volk. Wat zij doet zou ik ook willen. Schilderen! Het liefst zou ik mijn handen om haar nek leggen, haar strot dichtknijpen en haar plek in willen nemen. De plek op haar krukje, zodat ik aan het blad papier (perkament?) kan werken. Maar ik glimlach zogenaamd vriendelijk, doe een stap dichterbij om het miniatuurschilderij nader te bekijken.

 

Een heel blad, voorstellend de letter L, daaromheen een ragfijne schets van vrouwen en mannen in mantels. Heiligen? Gekalligrafeerde letters ernaast. Zij schetst en kleurt de heiligen. Is bezig met een prachtige kleur donkerblauw. Gouden versiersels rondom aangebracht. Een mini-schilderij. Niet op schildersdoek, maar op papier/perkament. Afmetingen: 20 x 20 cm. Werkelijk prachtig! Deze vrouw heeft talent. Nog iets dat me woedend maakt. Ze mag én schilderen én ze kan het!

Ik maak een neutrale opmerking over haar werk. Ze doet of ze me verder niet opmerkt en schildert rustig voort. Geconcentreerd. Inkleuren op de millimeter. De spanning tussen ons is te snijden. Dan draai ik me om en loop het vertrek uit. Als ik op de kille kloostergang sta en diep ademhaal moet ik me beheersen om de dikke houten deur achter me niet dicht te smijten. Daarna been ik driftig door de lange gang. Ik hoor mijn houten schoenen bonken op de tegels.

 

Ik was zo jaloers dat ik hemel en aarde bewoog bij de abt (of hoe heet zo’n kloosterhoofd?) om ervoor te zorgen dat deze non van haar schildertaken werd ontheven. Onder het mom ‘des duivels, kunst is voorbehouden aan broeders/monniken, geen vrouwentaak’ en alles wat ik verder uit de kast trok, zorgde ik ervoor dat ze alleen nog huishoudelijke taken kreeg (werk in de keuken van het klooster, schoonmaakwerk, tuinieren in de groentenhof).

 

Ik hield –op mijn tochten als ik langs dit ene klooster kwam– in de gaten of ze niet weer schilderde. Ik vond, als ik niet mocht schilderen, had zij daar zeker geen recht toe… Jaren nadien hoorde ik via via dat ze het klooster had verlaten. Ze hield het kloosterleven niet meer vol, waarschijnlijk doordat ik afpakte wat haar lief was: miniaturen ontwerpen en inkleuren.

Ik voelde me in dat leven bij vlagen schuldig dat ik haar ontnam waarvoor ze ‘leefde’. In een poging dat nare gevoel de kop in te drukken dronk ik meer ‘goddelijke’ wijn dan goed voor me was. Uiteindelijk betekende de combinatie slechte gezondheid, zwaarmoedigheid en een kapotte lever van de drank het einde.”



Rietje, mijn moeder, kon er wel om lachen. Droogjes constateerde ze: ‘Oh, daarom hou ik dus niet van kloosters en kathedralen. Maar, had je niet een leven kunnen uitkiezen waarin je leuker uit de hoek kwam?’

Helaas, ik had geen zeggenschap over welke informatie naar boven zou borrelen. Vorige levens zijn er in allerlei variaties, van goed tot slecht, van slachtoffer tot agressor, dus ook van brave monnik tot monnik met minder aardige bedoelingen.

 

In een telefoongesprek namen we dat vorige leven nog eens door. Lachten samen om de monnik die niet wilde erkennen hoe prachtig de non miniaturen schilderde. De jeugdherinnering van mij was precies omgekeerd: het kind dat tekende en de moeder die niet wilde kijken of ’t mooi was. Een milde variatie op ‘oog om oog, tand om tand’.

Ik herinnerde me, dat toen ik op de kleuterschool zat, mijn moeder vermanend zei: ‘Doe je capuchon op!’ Ik kon daar zó boos om worden, terwijl ik het niet erg vond als ze me maande tot jassen dichtknopen of sjaals omdoen. Zou dat kunnen komen omdat de capuchon van de monnikenpij oude emoties opriep?

 

Vanaf haar 60e heeft mijn moeder de hobby ‘kaarten maken’. Met engelengeduld en precisie maakt ze miniatuurafbeeldingen. Ze knipt, plakt en borduurt op miniformaat, vervaardigt kunstwerkjes van papier. Laat ik nou toch – in tegenstelling tot de monnik van toen – uitbundig en vaak roepen hoe prachtig ze dat doet!

 

 

 

Met dank aan Rietje voor haar bijdrage.

 

 

Marianne Notschaele-den Boer

RHA Publishing                       

(*) CD Roger Woolger: Healing your past lives, exploring the many lives of the soul

ISBN 1-59179-183-9 (verkrijgbaar via www.bol.com)

 

 

Terug naar beginpagina voor andere verhalen.

Naar informatie over boek met vorige levensverhalen

 

 

© RHA Publishing, juni 2008