Vorig leven van Betty, uit de praktijk
reďncarnatietherapie van Marianne Notschaele
Vliegende non © Uitgeverij RHA
Reďncarnatietherapie
VLIEGENDE
NON
Betty (48) is ‘een engel’ in onze harde maatschappij van
tegenwoordig. Ze is lief en zorgzaam voor familie, vrienden, bekenden čn
onbekenden. Ze staat klaar voor anderen, in woord en daad. Zo vonden al vele
door haar zelf bereide maaltijden hun weg naar bedlegerige zieken. Personen die
door haar geholpen worden bedanken haar met kleine geschenkjes, meestal in de
vorm van engelen (kaarten, beeldjes), omdat ze die spaart.
Een ‘engel’ omringd door engelenafbeeldingen, en dat
terwijl ze niet eens gelovig is. Betty gaat er wel van uit dat iedere persoon
op de wereld licht kan verspreiden door goed te doen. Zoals ze zelf zegt: ‘Van de kerk moet ik niets hebben. Daar heb
ik helemaal niets mee.’
Omdat ik Betty goed ken,
spraken we een keer over vorige levens. Al kletsend stuitten we op een vorig
leven van haar. Betty zou Betty niet zijn, (soms te) goed als ze is, om daarvan
voor mij geen verslagje te maken.
Zie hieronder het
resultaat:
“Ik was de middelste
dochter van een kleine boer, drie zussen boven en drie broers onder mij. We
hadden het gezellig. Er was altijd genoeg te eten en de kamer waarin we woonden
was warm. Ik deed mijn best om mijn vader en moeder zoveel mogelijk te helpen.
Voor mijn gevoel was ik
gelukkig. Totdat ik van de ene op de andere dag naar het klooster moest. Het
was een grote eer voor mijn ouders en zij waren ook erg trots op mij.
Het klooster lag ver van ons vandaan, buiten, niet in een dorp ofzo.
Ik kreeg een eigen
kamertje, maar de nonnen waren niet aardig. De hele dag moest ik dweilen,
bidden en van alles uit mijn hoofd leren. Maar mijn hoofd zat zo vol dat er
niets meer bij kon. Daarom vonden ze mij erg dom.
Op mijn kamer huilde ik
mezelf in slaap. Wat had ik toch verkeerd gedaan dat mijn ouders me dit
aandeden?
Ik wilde spelen en rennen
in het weiland. Ik voelde me verraden want ik was thuis lief en behulpzaam
geweest. Nu was er alleen kou en haat om mij heen. De rust en regelmaat in het
klooster maakten me gek. Ik werd steeds verdrietiger. Ik kon niet terug naar
huis gaan en het klooster was ook niets.
Op een dag ben ik uit een
raam gestapt (vanaf andere verdieping) en zag mezelf liggen als een witte, dode
vlinder op de binnenplaats.
Na mijn dood zag ik
mijn moeder hartverscheurend huilen bij het nieuws dat ik op niet gewijde grond
werd begraven. Mijn vader was er niet bij.
Meer kwam er niet los;
geen idee in welke tijd het was. Heb ook geen mensen van nu herkend. Zag alleen
nonnen met grote, witte kappen.”
Geen ‘vliegende non’ (zoals in de televisieserie uit
1970), maar een novice die geen uitweg meer zag en te pletter viel op de
binnenplaats van een klooster. Niet vreemd, dat Betty met zo’n vorig leven in
haar ‘bagagezak’ niets wil weten van nonnen, kerk of geloven; gelukkig dat de
zachtheid (zorgen voor anderen) uit dat leven bleef…;)
Met dank aan
Betty voor haar bijdrage.
Marianne Notschaele-den Boer
RHA Publishing
Terug naar beginpagina voor
andere verhalen.
Naar informatie over
boek met vorige levensverhalen
© RHA Publishing, juni 2008