Een vorig leven van Toon, uit de praktijk
reďncarnatietherapie van Marianne Notschaele
ANGST VOOR ZIEKENHUIZEN – SOLDAAT IN HET
LEGER VAN NAPOLEON
© Uitgeverij RHA Publishing/RHA Reďncarnatietherapie

ANGST VOOR
ZIEKENHUIZEN - SOLDAAT IN HET LEGER VAN NAPOLEON
Mijn boek 'Diehards
in de war' met nieuwe verhalen over vorige levens van cliënten uit de
praktijk is bijna klaar. Ter voorbereiding spitte ik vele dossiers door op zoek
naar duidelijke praktijkervaringen en interessante vorige levens. Sommige
verhalen over vorige levens haalden het boek net niet; vaak omdat ze als
therapievoorbeeld minder geschikt waren. Weer andere verhalen schuiven door
naar een volgend boek vanwege een ander thema. Ook kwam ik sessiefragmenten
tegen; niet geschikt voor een boek, maar wel leuk voor deze website (zie hieronder).
***
Toon (42) maakt een afspraak voor reďncarnatietherapie. Hij verwoordt zijn
probleem als volgt: “Ik ben bang voor
ziekenhuizen. Ik wil graag dat die angst minder wordt of verdwijnt. Ik wil een
ziekenhuis in- en uit kunnen lopen zonder dat ik in paniek raak… Ik ben bang
dat als ik een ziekenhuis binnenloop, ik er niet meer uit kan lopen, dat ik er
niet meer weg kom.”
Bij doorvragen blijkt Toon het meest bang te zijn voor
‘een vieze lijkenlucht’.
Opmerkelijk, want tegenwoordig ruik je in een ziekenhuis eerder desinfecterende
middelen.
Via concentratie op zijn gedachten, bijbehorende
gevoelens en de plek in zijn lichaam waar hij dat voelt, de zogenaamde mes-bruginductie (1*), vertelt hij: “Ik ben bang als ik in het ziekenhuis iets moet
ondergaan.” Toons benen wiebelen,
zijn hart klopt sneller.
Over de laatste keer dat hij in een ziekenhuis moest
zijn, zegt hij: “Dat was 6 jaar geleden.” Ik vraag wat hij zich daarvan nog
goed kan herinneren: “Die oude, donkere gangen, een zwak geel licht. Ik liep in
de kelder, daar lagen ouden-van-dagen die hun laatste adem hadden uitgeblazen.”
Toon walgde daarvan, zijn benen gaan harder trillen. “Zo’n lijkenlucht. Bij zo’n lucht kan ik niet eten,
walgelijk.”
Ik vraag hem wat hij op dat moment had willen doen?
Hij antwoordt: “Maken dat ik wegkom en snel! Zo snel mogelijk naar de uitgang.”
Toons grootste angst was: “Dadelijk kan
ik niet meer weg”, paniekgevoelens, trillende benen. (m-e-s: gedachte, gevoel, lichaamsplek)
Zijn daaropvolgende gedachten: “Ik kan zelf niet meer weg, ik kan niet meer lopen… ik heb nog zoveel te
doen, nog zoveel opdrachten te vervullen. Ik moet sterk zijn.” De paniek
verandert in verdriet. “Ik had er niet
in terecht moeten komen”.
Toon komt in de volgende ervaring terecht:
Toon vertelt:
“Ik lig zelf te stinken. Ik ben geraakt.”
Het ergste van zelf geraakt zijn, vindt hij: “Dat is vervelend, want ze hebben me
nodig.”
“Ik lig buiten, honderden mensen liggen er. Ik
lig op hout, een soort brancard. Ik ben een man van 30-35 jaar. Heb een uniform
aan, een blauwachtige jas van stevige stof. In de tijd van Napoleon (2*).
Witte tenten, witte paarden, heuvels, schieten.”

We gaan terug naar een moment in dat leven dat alles
nog in orde is: “Frankrijk. Parijs. In de
kroeg met mannen. Dan in uniform marcheren.
Voelt goed,
ik krijg respect, heldhaftig gevoel. Ik ga de mannen voor in de strijd.
Machtig. Heerlijk. De meute volgt. Goed gevoel. We moeten de vijand
terugdringen. We trekken ten strijde. Marcheren. Sterk gevoel. Schieten met
bajonet. We moeten veroveren en niemand houdt ons tegen. Goed gevoel in de
borst. Opdrachten uit Parijs. We moeten naar Polen en doorvechten naar Rusland.
Die opdracht past niet bij me. Ben minder enthousiast.”
“Eerst was er
zon, in Duitsland en Polen is het koud en nat (het is november). Ik mis de zon.
Het is nat, klam, vochtig. Zwaar. Ploeteren in drek. Rotopdracht. Pokkenweer.
Voel me akelig. Kromme schouders, zwaar gevoel in buik. Die kleretroep kan me
gestolen worden. Drinken tegen de kou. Borrels. Ik zie het niet meer zitten.
Chagrijnig. Godverdomme, daar gaan we weer. Jongens, kom. We vuren kanonnen,
wat een ellende. Zie mezelf zitten, gehurkt op mijn rechterknie, ik schiet.”

“Een
ontploffing. Mijn linkerbeen ligt eraf.
Mijn rechter scheenbeen is gebroken. Bloedverlies. Ik verlies kracht.”
“Ik lig met
veel andere gewonden in een grote tent, buiten, vlak bij de uitgang. Ik lig er een tijd. Krijg veel borrels, dat
verdooft. Ik stink, de anderen ook. Ik wil slapen, al die herrie. Ze zeuren
over opdrachten, maar ik kan niets meer doen, ik kan niet eens meer vechten, ik kan niet eens meer lopen.”
Door de vele borrels (verdoving) zakt de zwaargewonde
soldaat langzaam weg. Hij sterft aan zijn verwondingen (bloedverlies) zonder
dat hij het goed beseft (=onverwerkt
sterven).
Nadat ik de verdoving uit Toons energiesysteem heb
gewerkt (zie
ook het narcoseverhaal), begrijpt hij
dat het leven daar werkelijk ophoudt.
Toon: “Ik ben
daar met mijn energie heel lang blijven hangen. Ze zijn allemaal weg, mijn
kameraden.”
“Waar zijn ze heen? Volg ze maar.”
“Ze zijn in
het licht, goh, een van mijn kameraden daar ken ik nu ook, dat is een vriend
van me uit de kroeg, daarmee ga ik wel eens hardlopen in het bos.”
“Wat kun je nu allemaal loslaten uit dat vorige
leven?”
“Dat het nu niet zo stinkt in ziekenhuizen.
Verpleegsters zijn best lief en dokters hebben het beste met je voor. In
ziekenhuizen is het nu lekker warm en geciviliseerd. Als ik in een ziekenhuis
kom, hoef ik er niet meteen dood te gaan.
Ik loop er nu in, en als ik wil loop ik er ook weer uit. Ik mankeer nu niets aan
mijn benen.”
***
Een oorlogservaring kan uiteenlopende nawerkingen
hebben in daaropvolgende levens. Veel verschillende soorten voorbeelden daarvan
verschijnen binnenkort in mijn nieuwste boek over reďncarnatietherapie en
vorige levens.
Oorlogen laten hun sporen na in volgende levens.
Onverwerkte emoties werken door, gedachtes tijdens sterfmomenten nemen we soms
mee naar het hier en nu. Emoties als angst en verdriet, maar ook gevoelens als
machteloosheid, boosheid, schuld of schaamte. Het maakt voor verwerking van
oude trauma’s tijdens reďncarnatietherapie voor mij
niet uit in welke rol iemand ooit zat: slachtoffer, toeschouwer of dader.
In mijn boek over vorige levens 'Waarom Esther geen
Robinson werd' is het verhaal ‘Lijkengeur’ opgenomen. Daarin
herinnert Hannah, een aromatherapeute (nu werkt ze met lieflijke geuren), zich
een voorgaand leven als concentratiekampgevangene.
Andere verhalen over oorlog en vorige levens op deze
website: concentratiekamp - krantenartikel over werken met vorige levens uit
de oorlog - plasfobie - Vietnamsoldaat
Het boek 'Diehards in
de war' staat helemaal in het teken van oorlog en vorige levens.
(1*)
Zogenaamde mes-brugmethode.
Via een gedachte (mentaal), een gevoel (emotie)
en lichaamsplek (somatisch)
wordt een lichte vorm van trance opgewekt. Ook reuk/geur (s: neus/mond) kunnen daarbij
worden gebruikt.
Deze lichte vorm van trance is niets
meer dan ‘goede geconcentreerd zijn’, vergelijkbaar met naar een film kijken en
‘in het verhaal zitten’. Je bent je bewust dat je naar een film kijkt, maar
leeft qua emoties mee met de inhoud van de film. Zou iemand je op de schouder
tikken en iets vragen, dan ben je er meteen ‘uit’.
De mes-brugmethode wordt veel gebruikt
door regressie- en reďncarnatietherapeuten. Hypnotherapeuten werken er soms ook
mee en verdiepen de trance met andere methoden en technieken.
(2*)
De Napoleontische oorlogen vonden plaats
van 1796-1815. De Franse troepen leverden strijd in Polen en Rusland in 1812.
Met dank aan
Toon voor zijn bijdrage.
Marianne Notschaele-den Boer
© RHA Publishing
NIEUW: Boek 'DIEHARDS IN DE WAR' - oorlog en
reďncarnatietherapie
NIEUW: Boek 'IK WAS
EENS...' - vorige levens en reďncarnatietherapie
Boek
‘WAAROM ESTHER
GEEN ROBINSON WERD’ - vorige levens en reďncarnatietherapie
Terug naar beginpagina voor
andere verhalen.
__________________________________________________________________________________________________________________________________
© RHA Publishing, april 2009