Een vorig leven van Loes, uit de praktijk reïncarnatietherapie van Marianne Notschaele

De aantrekkingskracht van een oud huisje in Umbrië/Italië © Uitgeverij RHA Reïncarnatietherapie

 

 

Het bouwvallige huisje waar dit verhaal om draait…

 

 

DE AANTREKKINGSKRACHT VAN EEN OUD HUISJE IN UMBRIE, ITALIE.

 

Loes (55) uit België leerde ik vorig jaar kennen. Af en toe hebben we contact omdat ik beloofde haar via de mail antwoord te geven op voor mij eenvoudige, maar voor haar soms nog moeilijke vragen over spirituele onderwerpen of vorige levens.

Nadat ik nog maar net een verhaal had afgerond voor deze website over 'vakantiebestemmingen in Frankrijk en vorige levens' mailde ze me -zonder dat ze dat verhaal trouwens had gezien- met een vraag.

Ze bracht haar zomervakantie dit jaar door in Italië, maar bleef bij terugkomst in België ‘met een vreemd soort verdriet rondlopen’. Ze schreef me: ‘Ik wil je even om hulp vragen, tenminste ik hoop dat jij me wat meer duidelijkheid kan brengen.’

 

Ik belde Loes terug en hoorde het verhaal (dat ze hieronder beschrijft). Ze bleef maar denken aan een bouwvallige hoeve die ze in Umbrië had gezien. Een hoeve die op instorten stond, maar die haar onweerstaanbaar aantrok. Ze kon er niet van slapen en bleef er maar aan denken. Het liefst wilde ze er gaan wonen, een bed & breakfast beginnen, hoewel ze niet eens Italiaans spreekt. Ze zag zelf ook wel in dat zoiets absoluut onhaalbaar was. Toch bleef de aantrekkingskracht. Ze vroeg zich af: ‘Waarom gaat er zoveel energie naar toe? Terwijl het zo simpel is, het kan niet. Kan het met vroeger te maken hebben?’

Terwijl ze het verhaal aan de telefoon deed, vermoedde ik dat een voorgaand leven van Loes zich daar daadwerkelijk had afgespeeld, in elk geval in een soortgelijke boerenhoeve in die streek. Ik zag beeldflarden van een vorig leven van haar als vrouw dat verdrietig eindigde, waardoor haar zielsenergie destijds moeilijk afscheid kon nemen van die plek.

 

Via de telefoon gaf ik instructies voor een schrijf- en tekenopdracht om dat voorgaande leven goed af te ronden. Als ze ook haar emoties zou beschrijven, zou ze die plek met de nu magische aantrekkingskracht, makkelijker los moeten kunnen laten. Per slot van rekening wil ze in België blijven wonen met haar man en niet in Italië.

Mocht Loes zich niet goed genoeg op het huisje kunnen concentreren bij de opdracht, zo stelde ik voor, dan kon ze bijv. de landkaart van Italië en foto’s van de vervallen boerenhoeve op tafel leggen, en er eventueel een Italiaans wijntje bij drinken. Ik wenste haar succes en was benieuwd naar de afloop.

 

***

Enige dagen later mailde ze het onderstaande verhaal:

 

 

“La dolce Italia/Umbria- Gubbio, september 2008 – dit leven


Eén vluchtig beeld tijdens een reportage op tv gaf me het gevoel: daar wil ik heen. Het betrof Umbria, de Italiaanse streek ten noord-oosten van Rome. Voor mijn gevoel veel mooier, groener en heuvelachtiger dan Toscanië. Rustiger ook, ouder?

Althans wij (mijn man en ik) waren aangenaam verrast door de hoeveelheid oude dorpjes en steden: echt nog middeleeuws. De lichtgrijze natuursteen waaruit de oude huizen zijn opgetrokken passen perfect in het landschap.


Het kostte me heel wat moeite om m'n echtgenoot te overtuigen opnieuw naar Umbria te gaan, want in het zuidelijke deel waren we al geweest. Op aanraden van een vriendin huurden we een appartementje aan het Tramisomeer. Maar, een week voor ons vertrek kregen we bericht dat we daar niet terecht konden. Andere alternatieven werden aangeboden en we kozen voor Gubbio omdat deze plaats noordelijk gelegen was.


Aangekomen op deze stek waren we blij verrast. Ons vakantie-appartementje lag op een heuvel Col di Molino, waar ooit een oude dorpskern was. Er was nog één oud huis over en een oude kapel, beide helemaal opgemaakt en het vakantiecomplex was nieuw bijgebouwd. Maar wat een uitzicht: magnifico, bellissimo!

Ik kon m'n ogen niet geloven. Dit leek wel m'n droombestemming. Die weidsheid... Elke keer als je in een andere richting keek was er een andere horizon. Ik keek m'n ogen uit telkens als we op ons terras waren. Al gauw werd m'n aandacht getrokken door een huis dat apart stond, op een heuvel. Klein in vergelijking met de meeste andere oude huizen. Maar dat trok me net aan. Dit was mijn droomhuis. Ik kon er niet van slapen, bleef ganse nachten denken aan hoe ik het zou inrichten, ervan zou genieten als dit huis het mijne werd. Ik durfde er haast niet met m'n man over praten, want ik wist maar al te goed hoe onrealistisch deze droom was: onbereikbaar, onhaalbaar. Maar, door de intensiteit die ermee gepaard ging, de kracht van de aantrekking, voelde ik dat ik er iets mee moest doen.


Ik overhaalde mijn man mee op zoek te gaan naar dat huis. Toegekomen merkten we dat het een ruïne was. Totaal verwaarloosd, maar de ligging was subliem. Bij het oprijden van de grindweg er naartoe zag je Gubbio liggen in de verte, voor het huis lag het dal met uitzicht op vele heuveltjes met mooie huizen, veel groen ook: een bos links van het huis. Als dit geen droomplek was. Er werden foto's gemaakt en enigszins ontgoocheld door de slechte staat waarin het zich bevond, gingen we weg. Toch bleef de aantrekkingskracht.

 

Door omstandigheden waren we verplicht een dag langer te blijven en ik maakte van de gelegenheid gebruik een derde keer naar mijn droomhuis te gaan. Ditmaal alleen, mijn man zag er het nut niet van in en toen gebeurde er iets wat ik niet had verwacht. Een immens verdriet overviel me bij het oprijden van de heuvel, er was ook angst toen ik daar alleen rondliep zoekende naar het eindpunt van de weg die langs de boerderij liep. Toen ik dat had ontdekt (een lager gelegen weiland na het bos) ging ik weer weg en op de terugweg overviel me weer verdriet dat ik niet kon plaatsen.

Dat huis bleef in mijn gedachten de ganse weg huiswaarts. Zelfs na een week thuis, bleef het verdriet af en toe de kop opsteken. Hier moest iets mee gedaan worden. Ik contacteerde Marianne en ze gaf me raad en wat instructies hoe hiermee aan de slag te gaan; hieruit ontstond het volgende verhaal.

***

 

Zomer eind XVII eeuw – een vorig leven

 

Wat is het hier mooi, dat vergezicht vooral. Het geeft me een blij gevoel, een gevoel dat ik het leven, het land kan omarmen, in liefde in me kan opnemen. Want dat is het: ik heb dit land, deze plek lief.

Het was een goed idee van mijn man om op de benedenverdieping de opbergruimtes te maken voor zijn landbouwgereedschap. Zo konden we bovenaan wonen en konden we meer en beter genieten van het uitzicht dat de kleine ramen ons bieden. Klein, want inderdaad in de zomer is het hier snikheet. Ons huis is met de voorzijde helemaal zuidwaarts gericht. Mooi is dat, zo baden we in het zonlicht, al zijn de ramen niet te groot om al te veel warmte binnen te laten. Goed dat de slaapkamers achteraan liggen, aan de noordkant, zodat het daar toch koeler blijft. We hebben geluk gehad met de koop van deze plek. God heeft ons geholpen door zoveel geluk op ons pad te brengen: een fijn huis in een mooie omgeving, vruchtbare grond waardoor we geen honger hoeven te lijden, zodat het gezin ruimschoots gevoed kan worden.

En dat gezin: wat een zegen! Een man die zo liefdevol voor me is, me bijstaat waar nodig in dit drukke huishouden. Zeker in de winter als hij wat meer tijd heeft. Hij is zo blij met zijn kroost. Niet alleen omdat er vele handen zullen zijn die hem straks kunnen helpen, maar ook omdat hij van kinderen houdt. Kinderen geboren uit liefde, wat wil je meer?


De seizoenen wisselden elkaar af, tijd ging voorbij, de liefde bleef. Maar dan gebeurde er iets waardoor er een abrupt einde kwam aan dat geluk. Ik moest het loslaten, terwijl er me nog zoveel bond met die plek. Waarom moest ik mijn kinderen loslaten, die lieve man van me? Waarom nu? Niets wees erop dat het deze keer fout zou gaan. Drie zwangerschappen zonder problemen. We hadden zo uitgekeken naar dat vierde kind. We hoopten deze keer op een zoon. We zouden hem Matteo noemen. Een naam waar ik verliefd op geworden was. Matteo. Maar het mocht niet zijn.

 

Op een warme zomerse dag, toen mijn man na het middageten, een stevige lunch, was vertrokken naar een korenveld iets verderop om het koren te maaien en te binden, voelde ik plots een enorme hevige pijn in mijn buik. Een stekende pijn en dan niets meer. Enigszins verward beeldde ik me in dat er niets aan de hand was, want de pijn was al voorbij. Ik voelde niets meer. Ik deed verder met mijn werk, maar voelde meer en meer hoofdpijn. Ik voelde me zo ijl in mijn hoofd. Een drukkende pijn boven mijn neus, mijn ogen. Ik moest mijn ogen sluiten. Ze openen lukte niet meer. Het licht was onverdraagzaam. Mijn oogleden voelden zwaar en ik zocht een zetel om in te rusten. Dit was zo gekomen en zou ook zo weer weggaan. De pijn verplaatste zich naar mijn linkerkant: er zit iets verstopt, net of er geen doorstroming meer is. Mijn linker neusgat is dicht. Ik doe moeite om te ademen en merk dat mijn linker lichaamshelft raar aanvoelt. Waar is Mario? Waar is iedereen? Lieve God, stuur iemand om me te helpen. Die hoofdpijn, mag die verdwijnen? Ik voel me heel loom worden, kom niet meer uit mijn zetel en voel me als aan de grond genageld. Wat gebeurt er met me? Langzaam voel ik alle leven uit mijn lichaam verdwijnen of is het wat anders? Waarom kan ik me niet meer bewegen?

Ik zit daar maar zonder dat er iets gebeurt. Alleen die pijn links boven blijft. Mijn kind, mijn liefdeskind: ineens grijp ik naar mijn buik beseffende dat ik wil blijven leven, voor hem, alleen voor hem. Lieve God, sta me bij. Wat is het stil in huis: geen man, geen kinderen. Waar zijn ze? Ik heb ze nodig! Kunnen ze me helpen?

Er gaat zoveel door mijn hoofd. Ik kan en wil ze niet loslaten. Toch is die stekende pijn links er weer en dan ineens niets meer. Of toch wel, die hoofdpijn is er nog, maar anders. Een loomheid, vastgenageld zijn aan mijn stoel is er nog steeds. Opeens zie ik me als kind in de wei huppelen, vrolijk, zingend, dan weer dansend met Mario, ons huwelijksfeest, mijn engeltjes glimlachend. Ik lach terug. De schatten, wat hebben ze me veel liefde gegeven.

Glimlachend blijf ik zitten. Wachtend op wat komt. De pijn keert terug, nu ook rechts. Ik voel nu verdriet opkomen. Mijn hart krimpt ineen. Mijn God: ik word gehaald! Neen, dat kan niet, we krijgen nog een kind. Mijn kind heeft recht op leven. God neen! Ik voel een diep verdriet. Dit kan niet, dit mag niet. Help me. Een intens verdriet overvalt me, terwijl ik roerloos blijf zitten. Hoe lang heb ik daar gezeten voor mijn lichaam koud werd? Ik weet het niet. Ik voelde niets meer: enkel overgave. Ik kan niets meer. Alles wat me dierbaar was moest ik achterlaten: mijn kind in mijn buik, mijn partner, mijn lieve kindjes. Wat zal ik ze missen. Waarom mocht ik geen afscheid van ze nemen? Waarom moest ik gaan? We hadden het zo fijn. Waarom moet ik deze fijne plek verlaten, waar ik me zo gelukkig heb gevoeld? Waarom Heer? Waarom?”

 

***

In de mail schreef Loes nog:

 

“Het is heel merkwaardig. Na mijn meditatie had ik het gevoel dat ik mijn verhaal moest schrijven en daarom begon ik eraan. Weliswaar zonder kaart van Italië, zonder foto's van het huis en zonder Italiaanse wijn. Dit huis stond en staat zo in mijn geheugen gebrand. Net of ik het steeds voor me zie. Ik kan me nu niet inbeelden dat ik het ooit vergeet of dat dat beeld verdwijnt.

Ik voelde geen behoefte om de ideale omstandigheden te creëren: ik werd geleid. Wel maakte ik een tekening van het huis met mijn linkerhand. Het was helemaal zoals het was/is.

Bij het schrijven voelde ik angst om medische onjuistheden neer te pennen. Maar ik schreef gewoon wat ik voelde. Terwijl ik het huis beschreef en mijn leven toen, voelde ik die blijheid ook. Eveneens bij het nalezen. Maar na het afronden van het verhaal was er een enorm verdriet: echt bodemloos. Ik voelde het nog de ganse dag nawerken. Tranen bleven achter mijn oogleden. Dat voelde ik ook nog na het herlezen. Het moet echt wel krachtig, heftig geweest zijn.

 

Marianne, aanvankelijk voelde ik me nog steeds teneergeslagen, verdrietig, maar dat is nu voorbij. Het had blijkbaar zijn tijd nodig. Gek genoeg heb ik er de laatste week niet meer aangedacht. Toch gek ook dat zoiets nog zo sterk kan doorwerken zoveel levens, jaren later.

Indien je wenst kan ik foto's bezorgen van het huis of de omgeving. Op de site van ons vakantieverblijf kan je ook eens kijken als het je interesseert: www.coldimolino.com Het is hier dat ik de periode ‘stal’, want daarin staat vermeld dat er op die heuvel een klein dorpje was gevestigd in de zeventiende eeuw. Dat huizen zolang stand houden. Hopelijk is dat correct.

Ja, la dolce Italia!”

 

 

Met dank aan Loes  voor haar bijdrage.

 

 

Marianne Notschaele-den Boer

RHA Publishing

 

Terug naar beginpagina voor andere verhalen (met o.a. een verhaal over Pisa in Italië)

Naar informatie over boek met vorige levensverhalen

 

 

© RHA Publishing, november 2008