Vorig leven van Rosa, uit de praktijk reïncarnatietherapie van Marianne Notschaele

Moeilijke schoonmoeder © Uitgeverij RHA Reïncarnatietherapie

 

 

             

                                                                                                          

 

 

MOEILIJKE SCHOONMOEDER

 

Vriendin/therapeute Rosa (42) zie ik regelmatig. Meestal hebben we ochtend, middag én avond nodig om bij te praten of elkaar therapeutisch ‘onder handen’ te nemen (ook therapeuten zijn niet vrij van problemen!…J)

 

Ze is in februari teruggekeerd van een verblijf in Zuid-Frankrijk; nog enthousiast vertelt ze over bijzondere ontmoetingen en bezoeken aan eeuwenoude kloosters en kastelen, al dan niet in staat van ruïne. Daarna komt ons beider familie-wel-en-wee ter sprake, zo ook haar bejaarde schoonmoeder.

Was ze net nog vrolijk en enthousiast, nu begint ze te mopperen. Schoonmama van in de zeventig kwakkelt met haar gezondheid en roept veelvuldig hulp in van familie, liefst van haar bereidwillige zoon. Dat maakt Rosa boos. Ze klaagt: ‘Hij gaat veel te vaak bij zijn moeder op bezoek. Ze manipuleert hem. Hij gelooft het verdomme! Hij ziet dat niet in en ik hang erbij.… Al die beloftes… Hup, iedere keer erheen want het is nu eenmaal zijn moeder… Bij het kleinste verzoek staat hij ogenblikkelijk voor haar klaar…Ik zeg soms tegen hem, straks gaat een van je eigen kinderen nog dood en ben je er niet eens bij omdat je dan bij haar zit.’

 

Mijn ‘vorige-levens-antennes’ schuiven als vanzelf in ‘opvangstand’. Op een andere manier luisteren naar een verhaal gaat soms bijna automatisch. Vooral de zin: ‘Hij gelooft het verdomme!’ bevat extreem veel emotionele lading, net zoals haar laatste uitspraak. Iets in haar boosheid klopt niet. Dat gevoel wordt versterkt door het feit dat ik haar schoonmoeder ken: een vriendelijke, zelfstandige vrouw. Een statige dame om te zien, en goed bij de pinken. Een tikje hooghartig, dat wel.

Ik grijp mijn kans en vraag: ‘Rosa, als er een vorig leven achter zit, mag ik er dan een verhaal van maken voor mijn website?’

‘Je doet maar’, antwoordt ze chagrijnig. Ze is boos op haar schoonmoeder, haar man en nu -plaatsvervangend- op mij.

 

Ik mag ‘therapeutisch doorvragen’ en ze klaagt over hoe lastig haar schoonmoeder is. Voorbeelden genoeg. Zo zeurderig ken ik mijn vriendin helemaal niet. Vlug krabbel ik een aantal uitspraken neer op een in de haast tevoorschijn getoverd notitieblaadje, terwijl flitsen informatie uit vroegere tijden door me heen schieten.

 

(1)                   

Middeleeuwen. Lokatie: Spanje of Zuid-Frankrijk?

Een leven waarin Rosa’s huidige echtgenoot als man een koningin dient (zijn huidige moeder). De man vertrekt op kruistocht (‘Hij gelooft het’) voor zijn moederland, legt geloftes af aan zijn koningin, waarschijnlijk ‘trouw tot in den dood’. De echtgenote van deze man (Rosa van nu) blijft achter zonder bescherming voor haar gezin. Vijandelijke troepen vallen het land binnen, het gezin overleeft het niet (‘Straks gaat een van je eigen kinderen nog dood en bij je er niet eens bij’).

De boosheid van de vrouw (op de koningin die haar man ‘afpakte’) en op haar eigen man (die haar in de steek liet om zijn koningin te dienen) is nog volop aanwezig anno 2008.

 

(2)

Een ander leven waarin Rosa-schoonmama-man elkaar al kenden, zij het in een andere verhouding tot elkaar.

Centraal in dat leven staat opnieuw geloof verkondigen en daarbij over taal- en landsgrenzen heengaan. Rosa is daar een mannelijke tolk/vertaler, een intermediair tussen een hooggeplaatste man (haar schoonmoeder van nu) en anderen (waaronder haar huidige man).

Ze hoort nergens echt thuis; figuurlijk gezien ‘hangt ze er een beetje bij’. Letterlijk eindigt ’t leven door ophanging. Reden: onbekend. Lokatie: het grensgebied tussen Zuid-Frankrijk en Spanje.

 

 

Ik vertel Rosa over de grote lijnen van deze twee voorgaande levens. Onbewuste herinneringen zijn o.a. getriggerd tijdens haar vakantie in februari van dit jaar in Zuid-Frankrijk, vlakbij Spanje.

 

Haar huidige man zwoer ooit trouw aan zijn toenmalige koningin (nu zijn moeder). Echter, een koningin dienen is niet hetzelfde als hulp bieden aan een moeder. En een koningin die haar onderdanen op kruistocht stuurt in den vreemde, weg van huis en haard, is niet hetzelfde als een (schoon)moeder die haar zoon ‘weghoudt’ van zijn gezin.

Er kan een klein lachje af bij Rosa: ‘Als ze voortaan weer om hulp vraagt, zeg ik tegen mijn man: Ga maar naar je koningin toe.’

 

Rosa is therapeute genoeg om te begrijpen dat ze deze oude gebeurtenissen moet verwerken of de informatie een plek moet geven, om te voorkomen dat ze in haar huidige boosheid blijft hangen. Ze zou bijvoorbeeld een ‘boze brief’ kunnen schrijven aan de koningin van toen en eentje aan de toenmalige echtgenoot, ter afronding.

Helaas is bij ‘therapeuteren’ als vriendin mijn gezag praktisch nihil omdat onze vriendschap de boventoon voert. Rosa kijkt dan ook bedenkelijk bij het idee van een dergelijke ‘huiswerkopdracht’ en zegt: ‘Ik zie wel, maar ik maak heus nog wel een verhaal dat je op je site kan zetten.’

***

 

Dit is het verhaal dat ze me een paar dagen later e-mailde:

 

“In de vroege middeleeuwen was het leven simpel en eenvoudig, althans dat had het kunnen worden voor het gezin dat woonde in het eenvoudige huisje in het groene dal.

De moeder zorgde voor haar kinderen, de vader voor voldoende hout, het land en de dieren. Het land pachtten ze voor een klein bedrag van een familie van adellijke afkomst en de graaf was hen goed gezind. Helaas was de graaf niet erg gezond en hij stierf op jonge leeftijd, waarbij hij een vrouw en dochter achterliet. Zijn vrouw was al wat strenger, maar nog niets vergeleken bij de dochter, dat was een ware feeks. Haar vader was amper begraven of ze stuurde al een boodschapper erop uit om te laten weten dat de pachtprijzen flink omhoog zouden gaan.

 

De vrouw had er geen goed gevoel bij, maar haar man suste het en zei dat hij zich niet voor kon stellen dat mensen zo gemeen waren en dat het volgens hem wel mee zou vallen. Het leek ook mee te vallen, maar dat kwam omdat het allemaal zo geleidelijk ging. Zo op het eerste gezicht leek er niets aan de hand, maar de dochter ging steeds meer eisen stellen, er moesten niet alleen flinke bedragen afgestaan worden, ze verlangde nu ook allerlei hand- en spandiensten.

De man werd regelmatig naar het grote kasteel geroepen om allerlei klusjes te verrichten, en hij was zo goedaardig dat hij het ook nog deed. Over betaling werd eigenlijk nooit gesproken, sterker nog, de man vond het eigenlijk wel zielig dat de vrouw en haar dochter er nu alleen voor stonden en hij was best bereid hen te helpen.

Een enkele keer werd er ook beroep gedaan op zijn vrouw. Er moest worden gekookt voor gasten of er waren andere, typisch vrouwelijke klussen te doen. Zijn vrouw deed het wel, maar liet toch merken dat ze er niet zo van gediend was. Hiervoor verontschuldigde de man zich dan weer, omdat de dochter liet blijken dat ze het geen stijl vond dat zijn vrouw zo brutaal was en de man daar op aankeek. Had hij dan niets te zeggen over zijn vrouw? Hij zou haar toch wat strenger aan moeten pakken, ze kwam zeker uit een heel a-sociaal milieu dat ze zo reageerde!

De vrouw vond dat haar man veel te goed van vertrouwen was omdat hij zich echt op allerlei manieren liet gebruiken en daarbij zijn eigen huis, vrouw en kinderen verwaarloosde. Wanneer er een boodschap of bevel van het kasteel kwam, liet hij onmiddellijk zijn werk rusten en ging op pad. 

Zo ook die ene keer…

 

Er moest iets verplaatst worden op het dak, een klus die niet ongevaarlijk was. De man aarzelde even terwijl hij dacht aan zijn vrouw en kinderen. Hij wist zeker dat zijn vrouw het hier niet mee eens was, maar ja, hij had nog nooit geprotesteerd. Het lukte hem dus niet echt om duidelijk te maken dat hij dit toch iets te ver vond gaan. Bovendien vond hij dat hij ook heel veel te danken had aan de graaf, haar vader, die was altijd goed voor hem geweest; hij vond het zijn plicht om te gehoorzamen.

Helaas, het werd zijn laatste klus. Tijdens het werk viel hij van het dak, brak zijn nek en was op slag dood. De dochter van de graaf beval een knecht de rotzooi op te ruimen, ze nam niet eens de moeite om zijn vrouw van het ongeval op de hoogte te stellen, ze hoorde het later van anderen…

De belasting die zij daarna moest betalen werd zo hoog, dat ze op een dag haar spullen pakte en met haar kinderen vertrok naar het land waar haar eigen familie woonde. Ze haatte de dochter van de graaf, die ze amper gezien of gesproken had, tot in het diepst van haar ziel, maar ook haar man, die zo volgzaam was geweest om al die bevelen zonder morren op te volgen.

Ze stierf als een oude vrouw, vol wrok naar de twee mensen toe die haar leven -volgens haar- zo naar de verdoemenis geholpen hadden.”

 

 

Bovenstaand verhaal is typisch een voorbeeld van een afgezwakte versie van het origineel (zie 1 en 2). Bij 1. zou het nog kunnen gaan om een hertogin/gravin i.p.v. een koningin, maar ik ben geschiedkundig niet zo goed op de hoogte wie er in de middeleeuwen allemaal bepaalden wanneer kruistochten werden georganiseerd.

Belangrijker en effectiever is, dat door het opschrijven van dit verhaal -ook al gaat het om een afgezwakte versie van het vorige leven waar het werkelijk om draait- Rosa (gedeeltelijk) ‘oude’ boosheid ontlaadt. Hierdoor kan ze de hedendaagse hulp die haar man aan zijn moeder biedt, wellicht relativeren.

 

 

 

Met dank aan Rosa voor haar bijdrage.

 

 

 

Marianne Notschaele-den Boer

RHA Publishing

 

Terug naar beginpagina voor andere verhalen.

Naar informatie over boek met vorige levensverhalen

 

 

© RHA Publishing, juli 2008