TAALGEBRUIK EN VORIGE LEVENS – ZWEMMEN VOOR
JE LEVEN
WAAROM WEDSTRIJDZWEMMERS SOMS TOT HET
UITERSTE GAAN…
Uit de praktijk reïncarnatietherapie van
Marianne Notschaele-den Boer
© Uitgeverij RHA Publishing/RHA
Reïncarnatietherapie

TAALGEBRUIK EN
VORIGE LEVENS – ZWEMMEN VOOR JE LEVEN
WAAROM
WEDSTRIJDZWEMMERS SOMS TOT HET UITERSTE GAAN…
Onze gesproken taal bevat regelmatig allerlei
verwijzingen naar vorige levens. Niet iedereen heeft daar erg in of weet van,
maar als je er op let is het leuk om ‘anders’ te luisteren of op een andere
wijze naar geschreven tekst te kijken. Je hoeft soms echt geen helderziende of
reïncarnatietherapeut te zijn om te kunnen letten op uitspraken die ‘uit de
context vallen’, die emotioneel net een tikje zwaarder aangezet zijn dan andere
zinnen.
Een lang interview (weergave van vraag & antwoord)
bevat zo nu en dan verrassende uitspraken. Zo ontving ik laatst van een
vriendin onderstaand artikel, dat ze vond op Internet. Het staat bol van
verwijzingen naar een mogelijk vorig leven (of vorige levens) van de
geïnterviewde zwemster, Inge Dekker.
Lees het artikel eens op een andere wijze en let op
zinnen die ik voor ’t gemak even geel heb gekleurd:
‘Voor EK’s ben ik
niet meer onzeker’
Gepubliceerd: 18 maart 2008 00:00 |
Gewijzigd: 18 maart 2008 19:37- van http://www.nrc.nl
Door onze redacteur Rob Schoof
Eindhoven, 18 maart.
Inge Dekker behoort tot
de wereldzwemtop. Maar zij stond altijd doodsangsten uit als ze een finale moest zwemmen.
Nu heeft ze haar gedachten onder controle.
Misselijk werd Inge Dekker
ervan, alleen al van de gedachte. Fysiek onpasselijk. Omdat ze die avond een
finale moest zwemmen. Zwemmen, de grootste passie van de geboren Drentse, werd
voor één dag een donkere
tunnel waaraan maar geen einde kwam. Het ene na de andere rampscenario
voltrok zich in haar hoofd. „Dan beeldde ik me in dat ik heel zenuwachtig was,
dat ik al achter lag”, zegt Dekker, die deze week tijdens de EK langebaan (50
meter) haar Europese titel op de 100 meter vlinderslag verdedigt.
Talent, kracht en werklust
waren nooit het probleem voor de 22-jarige vlinderslagspecialiste. Maar die
zenuwen, altijd maar die
angst dat het mis zou gaan in de finale. „Voor mij was dat normaal, maar
het is natuurlijk niet de bedoeling”, zegt Dekker. Zij kan het weten: ze
studeert zelf psychologie. Ze
noemt zichzelf geen zwaar geval, maar negatieve gedachten horen niet bij
een topsporter. Als juniore voelde
de wandeling naar het startblok al aan als de gang naar de galg.
In Eindhoven, waar ze
dagelijks onder kampioenenmaker Jacco Verhaeren traint, met Marleen Veldhuis en
Pieter van den Hoogenband, ziet ze vooral bewonderend toe hoe die laatste zich
voorbereidt op grote wedstrijden. „Pieter vindt het heerlijk om finales te
zwemmen. Prachtig om te zien. Ik heb het er wel met hem over gehad, vooral over
de olympische finale in Athene in 2004. Niemand geloofde dat hij ging winnen.
Hij lag halverwege bijna een seconde achter. En toch is hij zo sterk dat hij
kan winnen. Ook hij is zenuwachtig voor een finale. Iedereen is dat, zelfs
Michael Phelps. Maar het gaat er maar net om wat je ermee doet. Je zet het om
in iets goeds, of je verdrinkt
in de zenuwen.”
Dat laatste gold meestal
voor Dekker. „Pieter kan wel zeggen dat ik positief moet zijn, maar je moet er
zelf wel in geloven.” Ze hield zichzelf gevangen in haar eigen denkpatronen.
„Ik wist ook wel dat ik ervan af moest, maar wist niet hoe. Ik dacht: je moet
gewoon niet meer aan de finale denken. Maar als je ergens niet aan moet denken,
ga je er juist aan denken.”
Bij sommige sporters wordt
de negatieve denkspiraal doorbroken als het startschot eenmaal heeft geklonken
– niet bij Inge Dekker. „Tijdens de race was ik altijd met de tegenstandsters
bezig. Op het keerpunt kon ik onder water die andere zwemsters zien. Dan dacht
ik: o jee, ik lig achter, of: ik lig niet genoeg voor.” Zelfs medailles winnen
helpt niet, bij Inge Dekker, die als startzwemster met de estafetteploeg
wereldrecords zwom. „Als je wint word je weer bang dat het de volgende keer
niet meer lukt.”
Voor een zwemster die zich
op deze manier door de wereld van de topsport lijkt te worstelen, zijn haar prestaties
des te imposanter. Als enige Nederlandse kwalificeerde Dekker zich voor zeven
nummers op de Spelen van Peking, de 50, 100 en 200 meter vrije slag en de 100
meter vlinder, en drie estafettenummers.
Nog altijd kan zij zich
volgens kenners ontwikkelen tot een waren ‘Inge II’, de opvolgster van Inge de
Bruijn, wereldrecordhoudster op de 100 vlinder en de 50 vrij. Want ondanks haar
‘probleem’ behoort Dekker op de vlinderslag tot de absolute wereldtop. Vorig
jaar werd ze op de WK in Melbourne vierde op de 100 meter vlinder en haalde ze
brons op de 50 meter. Op de vrije slag zit ze niet ver achter haar
trainingsmaatje in Eindhoven, Marleen Veldhuis, een van de snelste sprintsters
ter wereld.
En ondanks alle twijfels
is Dekker ook deze week, tijdens de EK in Eindhoven, de grote favoriet voor de
titel op de 100 vlinder, die ze twee jaar geleden voor het eerst won.
Vanochtend kwam ze in de series op de 50 vlinder weer een stukje dichter bij
het Nederlandse record (25,64) van De Bruijn. Dekker was met 25,89 veruit de
snelste in de series.
Het merkwaardige fenomeen
doet zich voor dat Dekker bij de gewone races in de series of in de halve
finales nergens last van heeft. „Ik keek altijd uit naar een zwemtoernooi, zolang ik maar niet aan de
finale dacht.” Maar een ideale race zwemmen is niet makkelijk voor
iemand die door de zenuwen vergeet wat ze moet doen. Tegen de opdrachten van
haar coach in vertrok ze op de loodzware 100 meter vlinder vaak als een razende, en moest dat
in het tweede deel vaak bekopen met een nederlaag. Dekker: „Je moet in het
eerste deel niet te veel energie verspillen, want je moet ook nog terug. Ik had
vaak een te hoge slagfrequentie, zwom te wild, vergat mijn techniek een
beetje.”
Naarmate het patroon zich
herhaalde werd Dekker steeds vaker gevraagd naar haar ‘finalesyndroom’ – wat het probleem alleen
maar verergerde. „Vooral als ik slecht gezwommen had vond ik het vervelend om
met journalisten te spreken. Dan dacht ik: daar heb je ze weer. Ik vond het al
niet leuk dat ik slecht had gezwommen en te constateren dat het kwam omdat ik
te zenuwachtig was geweest. Dan moest ik het ook nog eens gaan uitleggen aan de
journalisten, die vervolgens weer niet zulke leuke stukjes schreven. Ze zullen
er nog wel even over doorvragen.”
Inmiddels heeft de zwemster
uit Eindhoven het gevoel dat ze het lek boven heeft. Een jaar geleden, na
‘Melbourne’, zette ze de stap die haar een stuk dichter bij haar droom, een
gouden medaille op de Olympische Spelen in Peking, moet brengen. Ze zocht hulp
bij sportpsycholoog Wim Keizer, die tal van sporters afhielp van zware of
minder zware mentale blokkades die voortkomen uit spanningen bij het vak
topsport.
Toch aarzelde Dekker lange
tijd om hulp te zoeken, en dat had volgens haar niets te maken met het feit dat
ze zelf psychologie studeerde. „Ik heb lang gedacht: ik leer het vanzelf wel, die finales zwemmen. Maar
vorig jaar dacht ik ineens: het is wel een olympisch jaar, dus het zou jammer
zijn als ik het een jaartje te laat zou leren. Ik kan alle hulp gebruiken.”
Dekker praat nu om de twee
of drie maanden met haar mentor – vooral over het zwemmen van finales. „Het
bevalt heel erg goed”, zegt ze. Ze leerde dat ze zich niet de hele dag moest
afsluiten, in voorbereiding op de finale. Niet telkens weer de film afspelen
van een race die nog moest komen. „Ik moet me concentreren op de race, en me
houden aan de opdrachten. Verder kijk ik wel wat de rest doet. Ik kan alleen
mijn eigen prestatie beïnvloeden, niet die van de andere zwemsters. Ik ben wel
benieuwd hoe hard ze zwemmen, maar ik ben er vlak voor de race niet meer mee
bezig.”
Verhaeren liet zijn pupil
daarnaast veel aan wedstrijden meedoen, om zoveel mogelijk ervaring op te doen.
Op de EK kortebaan in Hongarije, afgelopen december, merkte ze dat de lessen
van Keizer hielpen. Ondanks de druk van de favoriet werd ze ‘gewoon’ Europees
kampioen op de 100 vlinder. „Ik was voor het eerst niet heel onzeker. Ik ben
dat op de EK in Eindhoven ook niet meer. De Spelen zijn weer wat anders. Daar
moet ik het nog wel een paar keer over hebben met Wim Keizer.”
Roepen dat ze de beste van
de wereld is, zal Inge Dekker nooit doen. Maar haar grootste angsten denkt ze
onder controle te hebben, in elk geval voor evenementen als de EK in Eindhoven.
„De Spelen zijn wel weer wat anders. Daar moet ik het nog wel een paar keer
over hebben met Wim Kezier. Daar wil ik goed op voorbereid zijn.”
Wat de lessen vooral
opleverden is dat Dekker rustiger is geworden in haar hoofd. „Ik ga meer
gecontroleerd van start.” Bovendien plukt ze de vruchten van het werken met
Jacco Verhaeren, die haar leerde haar races te plannen. „Twee jaar geleden deed
ik maar wat. Dan zwom ik ’s ochtends een goede serie, maar wilde in de halve
finale nog harder. Dat ging weer wat minder, dus dacht ik in de finale: ik ga
weer eens wat anders doen. Dat moet je niet op dat moment nog bedenken. Daar
moet je het hele jaar op getraind hebben. Ik kan het nu wel dromen hoe ik moet
racen. Het voelt ook beter
als je het laatste stuk van je race niet helemaal doodgaat.”
Als reïncarnatietherapeut
werk ik met het alsnog afronden van onverwerkt sterven in voorbije levens, veelal
traumatische gebeurtenissen waarin iemand zijn of haar gedachten niet meer
helemaal onder controle heeft.
De geïnterviewde zwemster heeft zo haar eigen manier
gevonden om haar angsten tijdens het wedstrijdzwemmen te overwinnen. Mooi, want
niet iedereen gebruikt reïncarnatietherapie of gelooft in vorige levens.
Het zou mij niet verwonderen als deze zwemster een
vorig leven achter de rug heeft met een berechting, eindigend met verdrinking.
Dit n.a.v. haar zinnen:
-
de wandeling naar
het startblok voelt aan als de gang naar de galg (doodgaan na een vonnis)
-
de angst dat het
mis zou gaan in de finale (finale=einde)
-
een donkere
tunnel waaraan maar geen einde kwam (donkere tunnel=sterven)
-
loodzwaar
(zinken)
-
je verdrinkt van
de zenuwen (verdrinken in doodsangst)
Voor haar is ‘finale
zwemmen’ een soort ‘must’ geworden, een vorm van niet anders kunnen.
Overleven, niet nog een keer willen sterven…
Dan kun je, zoals de geïnterviewde zwemster zegt, je gedachten
leren onder controle te krijgen, dat helpt. Wat mij betreft kun je ook
uitzoeken hoe het in dat voorbije leven zat, en dat afronden. Lijkt me een stuk
fijner zwemmen als ze werkelijk beseft dat een
finale zwemmen niets met sterven
te maken heeft. J
Marianne Notschaele-den Boer
© RHA Publishing
Met dank aan
Esther Barten voor het mailen van bovengenoemd artikel.
Op deze website: een ander verhaal over een vorig leven
(zwemangst)
Terug naar beginpagina voor
andere verhalen & boeken over vorige levens waarin vanzelfsprekend ook
wordt ingegaan op personen die elkaar uit voorgaande levens al kennen. De
boeken zijn via www.bol.com te koop.
NIEUW: Boek 'DIEHARDS IN DE
WAR' - oorlog en reïncarnatietherapie
NIEUW: Boek 'IK
WAS EENS...' - vorige levens en reïncarnatietherapie
Boek ‘WAAROM ESTHER GEEN
ROBINSON WERD’ - vorige levens en reïncarnatietherapie
____________________________________________________________________________________________________________
© RHA Publishing, april 2010